Inhoudsopgave
1 - Inhoudsopgave
2 - Van de Voorzitter, door Arnold van den Broek
3 - Actueel
4 - Rabo ClubSupport 2026
5 - Kruidenier Jan van de Schele Sjef, door Ger van den Oetelaar
6 - Wie wil de kleren van De Kleuskes showen
7 - Publicatie over ECHTE Liempdse familienamen, door Ger van den Oetelaar
8 - Archeokout 59, door Jaap van der Woude
9 - Liempdse Congregatie der Jonge Dochters, door Ger van den Oetelaar
10 - Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar 5, door Jasper Mikkers
11 - Palomares, door Kees Quinten
12 - Kaarpad 2 en brandweerkazerne, door Jan van de Sande |
| |
|
Van de Voorzitter
Foto collectie Martien Roestenburg - zicht op voormalig station Kasteren en huidige Vlaamse schuur
door Arnold van den Broek
Nu de vakanties voor de meeste werkenden althans voorbij zijn, hebben we als Erfgoedvereniging ook onze activiteiten weer opgestart. Al zijn we in de zomerperiode, achter de schermen, weliswaar in een lager tempo -mede ook vanwege de immense hitte- daar waar nodig wel actief gebleven.
De 'beeldbankliempde' wordt geupdate, de foto-ochtenden in D'n Liempdsen Herd zijn 9 september 2026 weer opgestart. Met de input van onze trouwe en nieuwe bezoekers zijn we fantastisch geholpen om foto's van de juiste info te voorzien.
Bij de eerste openstelling van de Erfgoedkamer na de vakantiesluiting op 26 augustus 2026 was het direct druk. FF bijpraten en boeken klaar leggen voor onze nieuwe leden, die we in de afgelopen periode mochten bijschrijven in ons ledenbestand. Per heden staat de teller op 84 leden, maar zoals bekend, we streven om zo spoedig mogelijk ons ledenbestand naar de 100 te tillen. Uw steun is daarbij natuurlijk meer dan gewenst.
Maandelijks, op de tweede zaterdag van de maand, is expositieruimte De Kleuskes aan de Oude Dijk 21 van 13:00 tot 16:00 uur geopend. De museumcommissie is druk bezig om het gedachtegoed van de Kinderen Van der Velden op diverse manieren voor het nageslacht te bewaren. Loop eens binnen. Kijk rond en laat u informeren over de toekomstplannen rond onze collecties. In deze Nieuwsbrief van Kèk Efkes ook een oproep om (foto)modellen die in de kleding van De Kleuskes willen exposeren voor het in april 2027 uitkomende vrijgezellenboek. Doet u mee of kijkt u ook eens om u heen of u gegadigden vindt die voor even terug in de tijd willen. Verderop leest u er alles over.
Zondag 20 september 2026 organiseren we als Erfgoedvereniging samen met SPPiLL een unieke rondleiding langs de historie van het buurtschap Kasteren. Ons lid Harrie Raaimakers neemt u dan mee langs historische plekken van Kasteren. De tocht vertrekt om 10:00 uur vanaf bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. Kosten € 5,00 met na afloop koffie of thee. De rondleiding is in het kader van het LEADER-project. Kortom een beginnend najaar om rijkhalzend naar uit te kijken. U toch ook?
|
| |
Actueel
Zondag 20 september 2026 10:00 uur rondwandeling door Kasteren - vertrek met de fiets vanaf bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. Kosten € 5,00 met na afloop een kopje koffie of thee.
Nogmaals een oproep aan onze leden om een bijdrage te leveren aan deze digitale Kek Efkes, of aan de in druk verschijnende Boxtel Kroniek van Heemkunde Boxtel/Kek Liemt. U kunt uw verhaal (met foto) sturen naar info@kekliemt.nl
Onlangs is deel II verschenen van een uniek boekwerk over de schilder Pierre Janssen. In dit boek het unieke verhaal van het schilderij van Rosenhofstraat 20. Dat nota bene in Neuw-Zeeland hangt. Titel van dit verhaal: 'Van Boxtel tot Christchurch, de wereldreis van drie schilderijen.' Verder ook een uniek verhaal over de Kasterense Watermolen waarvan het schilderij nu weer terug is waar het hoort: op Kasteren. Het boek is te bestellen bij uitgeverij Pictures Publishers en kost € 27,50.
De aanvankelijk geplande lezing over Liempdse reclameuitingen (oorspronkelijk) op 28 september 2026 gaat niet door en komt op een later tijdstip. Op 28 september is er namelijk in De Serenade een bijeenkomst van 'Samen Liempde' over de Toekomst van Liempde. Van harte aanbevolen om hier te gaan luisteren naar de resultaten van de enqûete. Het gaat immers ons allemaal aan. |
| |
|
Rabo ClubSupport
De Rabo ClubSupport-actie 2026 is al weer aan de gang. Leden van de Rabobank kunnen hun stem uitbrengen op verenigingen en organisaties welke hun naar het hart staan. Wij hopen dat onze Erfgoedvereniging hier ook onder valt. Stemmen kan nog t/m 29 september a.s.
Elke stem is geld waard en dat kunnen we als Erfgoedvereniging goed gebruiken. De opbrengst komt immer ten goed aan ons allen.
Dus bij deze de oproep om een van uw stemmen te geven aan onze Erfgoedvereniging Kèk Liemt. Hoe u dat doet?
1. Log in op de Rabo App of via Rabo Online Bankieren
2. Je komt in het menu waar al je producten aan en kies 'mijn lidmaatschap'
3. Klik op de knop 'stem nu'
4. Kies de verenigingen/organisaties die je wilt steunen (maximaal 3)
5. Druk op 'volgende' en bevestig je keuze.
Veel succes. |
| |
|
Kruidenier Jan van de Schele Sjef
door Ger van den Oetelaar
Voor ons als kinderen was het heel gewoon als we naar Nieuwstraat 37 moesten om bij kruidenier Jan van de Schele Sjef iets te halen. Daar woonde Johannes van der Velden, die ook met een moterbakfiets rondreed om brood, koekjes e.d. rond te brengen. Jan Toedeloet of Jan Tuf was dan zijn naam. Het pand was op de hoek van de Kerkstraat, later drogisterij Maas-van Kasteren.
In het onderzoek rond de vrijgezellenfamilies realiseerde ik me hoe gewoon mensen deze naam gebruikten. Zowel tegen vreemden als tegen bekenden. Ondanks vermoeden, bleek er geen vrijgezellenfamilie onder deze Van der Veldens te huizen. Of vader Josephus (Sjef) echt scheel was is op de foto van de beeldbank niet te zien. Sjef was getrouwd met Wilhelmina van Haaren (1888-1960) en ze hadden samen negen kinderen. Sjef was eerst klompenmaker en later bakker en kruidenier. Die zaak werd door de Jan (1924-1980) die wij tegenkwamen een tijdje voortgezet.
Rond 1970 werd de zaak verkocht aan Piet Maas en Gerda Maas-van Kasteren. Voortaan gingen we daarna naar de drogist 'Gerda', waar Piet Maas ook verfspullen verkocht. Later was de drogisterij nog even in handen van Stephanie, die daarna verhuisde naar het Raadhuisplein. De zaak is inmiddels geruime tijd gesloten en verbouwd tot appartementen. Als illustratie een jeugdfoto van Jan van der Velden, de kruidenier. |
| |
|
Wie wil de kleren van De Kleuskes showen
door Els Vissers en Ger van den Oetelaar
Oproep: modellen gezocht voor het Vrijgezellenfamilieboek
Voor het Vrijgezellenfamilieboek zijn we inmiddels al een heel eind op weg. Onlangs ontstond het idee voor een nieuw hoofdstuk over de kleding van De Kleuskes, die veelal dateert uit het begin van de vorige eeuw.
Deze bijzondere kleding willen we graag op een mooie manier vastleggen: niet alleen liggend op een tafel, maar ook gedragen door modellen. Daarom zijn we binnen Erfgoedvereniging Kèk Liemt op zoek naar jongeren én ouderen die hieraan willen meewerken.
We verwachten dat de fotosessie in één middag kan plaatsvinden, dus de tijdsinvestering is beperkt. Misschien wil je zelf meedoen, of ken je een zoon, dochter, neef, nicht of iemand anders die dit leuk zou vinden. De foto's krijgen een mooie plek in het boek dat in april 2027 wordt gepresenteerd. Mogelijk organiseren we rond die tijd nog een tentoonstelling; daarover wordt nog nagedacht.
Omdat De Kleuskes niet zo groot waren, zoeken we bij voorkeur mensen die niet al te lang zijn, zodat de kleding goed past.
Lijkt het je leuk om mee te doen, of wil je iemand opgeven? Stuur dan een e-mail naar info@kekliemt.nl.
Alvast hartelijk dank! |
| |
|
Archeokout 59
Door Jaap van der Woude
Heb je eindelijk eens vakantie, staat de wereld te schudden op zijn grondvesten. Van een gevaarlijke gek in het Witte Huis tot een vreselijke overstroming in Nepal, van een super El Niño tot neonazi's in Saksen-Anhalt die door Geert gefeliciteerd worden, van een onverbloemde bevoordeling der rijken door Jetten c.s. tot de nieuwe roep om slavernij van Brekelmans. U herkent de drieslag! Van pure ellende duik ik maar weer het verleden in om mezelf te bedriegen met de gedachte dat het vroeger allemaal veel erger was, zodat ik weer ten onrechte opgelucht kan doen.
Roven, plunderen, moorden in de negende eeuw, Vikingen krijgen de hoofdrol, hoewel de onderling kibbelende kleinkinders van Karel de Grote die verdienden. En waarom? Wellicht ten overvloede: omdat de geschiedschrijving uit die tijd in handen was van de kerk en haar adepten. Die lui stonden achter de Frankische heersers en zo wasten de vorsten en de abten alsmede hun propagandisten elkaar de rug. De gemeenschappelijke vijand was de noordse heiden.
Maar ach, na verloop van korte tijd zag die heiden ook wel in dat zulk gedrag niet tot duurzame macht leidde. Als je direkt met de buit vertrok was dat slechts korte vreugde. Al gauw conformeerden de Vikingen zich aan de bestaande mores en eisten grond en invloed van langere duur op (zoals de Franken dat vijf eeuwen eerder ook deden). Het toppunt daarvan was de stichting van het hertogdom Normandië in 911. Vikinghoofdman Rollo kreeg de streek rond Rouen als hij de Franken beschermde tegen andere Vikingen. Het resultaat anderhalve eeuw later was de slag bij Hastings door de Viking nazaat Willem de Veroveraar gewonnen en in borduurwerk verbeeld in het tapijt van Bayeux dat nu in Londen te zien is.
Een dergelijke ontwikkeling speelde een halve eeuw eerder ook al in het westelijke deel van wat nu Nederland is, zij het wat minder definitief. De drie zonen van Lodewijk de Vrome, kleinzonen dus van Karel de Grote, kregen elk een derde van het Karolingische rijk. Karel de Kale werd koning van het westen, Lodewijk de Duitser van het oosten en Lotharius werd zelfs keizer van het midden. Als het goed is moeten oude Liempdenaren hem nog kennen. Lotharius had min of meer getolereerd dat de familie van de afgezette Deense koning Klakk zeggenschap over Walcheren en Frisia kregen als loon voor hun Frankengezindheid, als bevestiging van hun macht als overvallers en onder de belofte de westkust te beschermen tegen andere Vikingen (en nog een drieslag). Zo kreeg Harald jr het gebied rond Domburg en Rorik de handelsstad Dorestad en het West-Friese achterland in leen. In 852 sneuvelt Harald en neemt zijn zoon Godfried de honneurs waar. Lotharius sterft in 855 en zijn drie zoons verdelen het middenrijk, Lotharius II neemt het roer over in het noordelijke gebied, zeg maar Brabant en Frisia en ook hij leunde op de macht en verdediging van Rorik en Godfried. Echter Dorestad was door hun klusjes in Denemarken te weinig beveiligd en na 863 was het afgelopen met Dorestad. Rorik had zich inmiddels bekeerd. Twintig jaar later deed ook Godfried dat. En toen beiden rond 880 overleden was het uit met de geconformeerde Vikingpret in Frisia en het rivierengebied.
De moord op de hertog Godfried in 885 werd het begin van de Hollandse graven. De edelman Gerulf uit Westergo, een vazal van Godfried, werd graaf van West-Frisia, dat later Holland zou heten. Gerulf kreeg in 889 veel goederen in Kennemerland en het rivierengebied in bezit. Hij was de vader van graaf Dirk I en dus de stamvader van de Hollandse graven. Allemaal als gevolg van de Vikingen die zich lieten inkapselen door machtshonger, mogelijk gemaakt door het wegkwijnende Karolingische vorstenhuis.
Door de dood van Lotharius II in 869 werd het noordelijke deel van het middenrijk verdeeld tussen het westelijke en oostelijke rijk. Met als gevolg dat Liempde onder het bewind viel van Lodewijk de Duitser en daarna onder Karel de Dikke. De totale ontmanteling van de Karolingen was al ingezet door de driedelingen onder de kleinkinderen en de achterkleinkinderen van Karel de Grote, maar ging door in de tiende eeuw. Na de dood van de zwakke keizer Karel de Dikke waren er even geen keizers meer en was het vooral chaos en versplintering van de macht. Tot de Saksische Otto de Grote ten tonele verscheen, zich in 962 weer tot keizer liet kronen van het uitgedijde oosten en het Heilige Roomse Rijk stichtte. Exit Karolingen.
En zo hebben we ons met zevenmijlslaarzen door de stuiptrekkingen van de Karolingen heen gewerkt. Sterker nog, we zijn plots alweer door het eerste millennium heen, met de kanttekening dat dat natuurlijk een gek begrip is. De jaartelling is kolderiek, maar afgesproken. Dat dit het eerste millennium is... hoe noemen we dan het millennium van brons- en ijzertijd? en de millennia waarin de Neanderthalers en eerder nog homo erectus leefde? Ach, zijn we niet allen opgegroeid met de gedachte dat duizend jaar is als één dag en één dag als duizend jaar? (2 Petrus 3:8) Tenminste, als we een God zijn in het diepst van onze gedachten. |
| |
|
Publicatie over ECHTE Liempdse familienamen?
door Ger van den Oetelaar
Wat zijn nu echte Liempdse familienamen? Dit is een lastige opgave. In Oirschot komen naamdragers Heerenbeek voor én (landgoed) Heerenbeek is als gebied nog steeds aanwezig. Het zelfde geldt voor de naam Oetelaar in Schijndel en voor Aarle in Best. Voor de familienamen Van Aarle/Aerle, Heerendbeek en Van den Oetelaar zijn in de verschillende (o.a. genealogische) tijdschriften publicaties geweest over de middeleeuwse ontstaansgeschiedenis én de verbondenheid met de plek of het toponiem. In Liempde is het lastiger om Liempdse familienamen te duiden. Indien namen verbonden zijn aan een uniek Liempds toponiem dan wordt het al wat helderder. Zo valt Casteren of Kasteren af, deze naam is niet uniek voor Liempde. Dat geldt voor veel namen zoals Velden, Laar, Kerkhof of Mensvoort.
Familienamen van echte oude Liempdse toponiemen zoals Savendonk, Hezelaar, Vrilkhoven, Ooiendonk, Wedehage, Scheeken, Sort, Tuitelaar, Speet of Prangen zijn nooit aanwezig geweest of zijn verdwenen vóór de 21e eeuw. Ook de naam Handschoenmakers, wellicht een echt oud Liempds beroep, is verdwenen. Namen die als toponiemen uniek in Liempde voorkwamen vóór het jaar 1325 én nog steeds (o.a. in Liempde) als naam voortleven zijn er maar een paar. Deze Liempdse namen zijn dus ca 700 jaren oud!
Dit zijn onder andere:
Laarschot Biggelaar Collenburg Hamsvoort
De gebiedsaanduidingen bestaan jammer genoeg niet meer, we moeten het doen met een toponiemenbank Bychlaer/Biggelaar en Hamsestraat.
Ook voor deze vier namen is het de bedoeling om in tijdschriften over deze Liempdse familienamen te publiceren, over de middeleeuwse ontstaansgeschiedenis én de verbondenheid met de Liempdse plek of het toponiem.
De Liempdse illustratie is uit het jaar 1320, er staat Aelbertus filius Everardi de Larscot, de oudste vermelding van de familienaam Laarschot. Ook de andere drie namen staan in hetzelfde document (cijnsregister.) Een flink aantal Liempdse namen uit datzelfde document zijn in de afgelopen 700 jaren verdwenen.
Hier een 8-tal Liempdse namen uit 1320, met de voornamen: Aleijdis de Vrelickhoven [Vrilhoven]; Goswini de Reghemortel; Aelbertus van Hoemborch; Leithen de Savendonc [Savendonk]; Hermanus Cleynaele; Aleydis de Vlasspreiden; Brucella van de Broeclochte; Theodericus de Heselaer [Hezelaar]. |
| |
|
Liempdse Congregatie der Jonge Dochters onder de titel van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis
door Ger van den Oetelaar
Antonia Maria van Abeelen (1898-1980) treedt als 16-jarige op 13 december 1914 toe tot de 'Congregatie der Jonge Dochters' onder de titel van 'Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis'. Dit waren lokale, rooms-katholieke verenigingen of broederschappen voor ongehuwde jonge vrouwen in de 19e en vroege 20e eeuw.
Het doel was het bevorderen van een vroom leven onder jonge katholieke vrouwen en het uitvoeren van werken van barmhartigheid. Ze kregen een prachtige oorkonde (zie illustratie), ondertekend door de directeur Johannes Latijnhouwers (1853-1919, pastoor in Liempde) en de prefect Wout Avendonks (1858-1935.) Het waren vaak door de pastoor opgerichte verenigingen, soms onder de vlag van de Heilige Familie, in tegenstelling tot de grotere, kloosterlijke Congregatie van de Dochters van Maria en Joseph (Zusters van de Choorstraat).
In diverse parochiearchieven uit de 19e eeuw zijn ledenlijsten en statuten van deze congregaties terug te vinden, wat ze tot een belangrijke bron voor genealogisch onderzoek maakt. De congregatie was bedoeld voor ongehuwde meisjes (jonge dochters), die na hun huwelijk vaak overstapten naar een broederschap voor getrouwde vrouwen. Antonia Maria van Abeelen bleef haar leven lang vrijgezel. Ze wordt ook beschreven in het Liempdse Vrijgezellenfamiliesboek dat in het voorjaar van 2027 onder de vlag van Kèk Liemt verschijnt. |
| |
|
Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar 5
door Jasper Mikkers
In de vorige vier bijdragen aan de Nieuwsbrief Kèk Efkes vertelde ik dat elk dorp zijn verhalen kent en had ik een ontmoeting met Hans van den Biggelaar. We spraken over ware en niet-ware verhalen. Hij vertelde verhalen over zichzelf en zijn familie. Die verhalen gaven een mooi beeld van de tijd waarin hij opgroeide.
Enkele dagen na mijn bezoek aan Hans van den Biggelaar belde ik mijn broer Cor. Die had ik op de hoogte gesteld van mijn voornemen met Hans af te spreken en hij had gevraagd of ik verslag wilde uitbrengen.
Mijn broer fietste vier jaar lang met Hans van den Biggelaar, diens broer Jos en André Cloin, oudste zoon van opperwachtmeester Cloin, naar de mulo in Boxtel. Ze waren vrienden en ontwikkelden een eigen taal zodat ze met elkaar konden communiceren zonder dat een ander begreep wat er gezegd werd. Ze haalden samen streken uit. In de nacht voor een van de Werktuigendagen op Velder draaiden ze verkeersborden in Liempde en omgeving om en verplaatsten aanwijsborden zodat er de volgende ochtend een enorme chaos ontstond. Bezoekers werden alle richtingen uit gestuurd, behalve de goede. En André en Cor brachten in Velder een trein die uit Eindhoven kwam tot stilstand. Ze hadden een weddenschap afgesloten wie het langst op de rails durfde te blijven staan.
‘Heeft Hans dat verteld?’ vroeg mijn broer. ‘Dat ze sober en zuinig leefden? Dat verhaal heb ik je toch verteld. Ik was er zelf bij. Er werd daar stamp gegeten. Daarvoor moesten we eerst groen plukken op het veld. Dat waren knolletjes met groen loof. Dat loof werd gegeten. Tegelijk met de stamp werd een pot mayonaise van drie liter op tafel gezet. Het kan ook een pot van vijf liter zijn geweest. Er ging een dikke laag mayonaise over de stamp in de pan en als de stamp was opgeschept, door ieder op zijn eigen bord, werd daar ook weer een dikke laag mayonaise overheen gesmeerd. En als de jongens zestien werden, kregen ze allemaal een brommer. Of er, zoals jíj ooit vertelde, wedstrijden in eieren eten werden georganiseerd met Pasen in Liempde, weet ik niet. Maar zuinig gingen ze niet om met eieren, daar bij Jan van Lientjes. Echt niet. Als ze uitgeweest waren om te dansen en ze kwamen thuis, dan werd er altijd nog flink gegeten. Er werden zoveel eieren op de rand van de pan kapot geslagen als er maar in de pan konden. Er waren twee kippenkooien. Ze hadden altijd veel eieren in huis.’
‘Hans zei dat hij tegen jou gezegd heeft dat jij ooit jouw pet voor hem zou afzetten.’ ‘Ja, dat heb ik een keer tegen hem gezegd, dat hij zijn pet voor me zou afnemen. Daar ging wel iets aan vooraf. Hij, Hans, en ook André Cloin, die waren meteen na de mulo gaan werken. Die hadden geld. Ik niet, ik zat bij Philips op school. Ik kon me bijna niks veroorloven. Daar werd ik wel eens mee geplaagd. Als reactie daarop zei ik: ‘Nou zijn jullie het mannetje. Maar wacht af. Er komt een tijd dat jullie je pet voor me zullen afnemen.’
‘Maar zuinig waren ze dus niet.’ ‘Nee, echt niet. Over zuinig gesproken… Wilco is de zoon van Hans. Hij is getrouwd met Juanita. Dat is de dochter van Paulus van den Berk die een grote boomkwekerij heeft, hier vlakbij.
Bij Paulus werd een nieuwe loods feestelijk in gebruik genomen. Hans en ik zaten in de directeurskamer. Daar was een kunstwerk aangebracht van de Boskantse houtkunstenaar Sonnemans. Hans zei: ‘Kijk nou toch eens wat die idioot uit Den Boskant, die Sonnemans, gemaakt heeft. Wat een rommel. Het lijkt nergens op.’ Even later kwam de schoonvader van zijn zoon met een bezoeker de kamer binnen en wees naar het kunstwerk. ‘Dit is gemaakt door een beroemde kunstenaar die hier in Den Boskant woont. Prachtig werk, nietwaar?’ Toen keek Hans wel even heel zuinig.’
‘Nee,’ Mariet, de vriendin van Cor mengde zich aan de andere kant van de lijn in het gesprek, ‘zuinig waren ze niet hoor. Een oom van mij woonde in de boerderij achter Jan van Lientjes. Ik kwam wel eens bij hen in huis. Dat noem ik niet zuinig zoals die leefden.’
‘Hans,’ zei ik, ‘ontkende het verhaal over de condooms.’
‘Nee,’ zei Cor, ‘het was niet Hans die de condooms verkocht, maar zijn broer Louw. Die was enkele jaren ouder. Bij restaurant Van Pinksteren werd erover gesproken, onder jongeren, dat Louw een handeltje in condooms dreef. Cloin stuurde onze pa ernaartoe. Die moest ertegen optreden. Louw was een slimme jongen die in zijn ontwikkeling een stuk verder was dan wij.’
Het was zeker bijzonder dat er in Liempde door een boerenzoon in condooms gehandeld werd. Voorbehoedsmiddeln waren taboe in het katholieke zuiden, er was moeilijk aan te komen in die tijd, zelfs in een stad, laat staan op het platteland. Er was moed voor nodig ook.
Mijn broer Cor kwam nog een keer terug op boomkweker Van den Berk. ‘Bij de opening van de loods van Van den Berk vroeg Hans aan mij: ‘Heb jij kinderen?’ ‘Ja, ik heb een dochter.’ ‘Heb je die al ergens ondergebracht? Heb je al voor een huis voor haar gezorgd?’ ‘Nee, zover is het nog niet.’ ‘Nou, jij bent ook maar een armoedzaaier dat je dat nog niet hebt geregeld.’ Ik begon mijn eerste stukje over Hans van den Biggelaar met de vaststelling dat verhalen altijd hun eigen gang gaan. Het is moeilijk uit te maken of ze waar zijn of niet. Op mijn computer kwam ik enkele dagen na mijn gesprek met Hans een andere versie tegen van een van de verhalen. Daarin wordt er met een tractor niet over niet opgeruimde fietsen gereden, maar over een brommer die naast de boerderij op het zand lag. Deze versie heb ik waarschijnlijk opgetekend uit de mond van weer een andere verteller. Van verhalen bestaan dikwijls meerdere versies: welke is de juiste?
Meestal schuilt er een kern van waarheid in een verhaal, maar het is verstandig ze met een korrel zout te nemen. Mensen die zich daarvan bewust zijn, zeggen: ‘Het is niet belangrijk of een verhaal waar is. Het gaat er om dat het een mooi verhaal is en goed verteld wordt.’ Verhalen zijn er om plezier aan te beleven. Om wat vrolijkheid in het leven te brengen. Hoe smeuiger ze verteld worden hoe beter. Dat er verzinsels aan toegevoegd worden, is onvermijdelijk en soms noodzakelijk. Om ze nog mooier te kunnen maken. Verhalen vertellen is een kunst. Daar horen kunstgrepen bij: overdrijven, krankzinnige details oplepelen, absurditeiten als vanzelfsprekendheden presenteren, meer dan één clou inbouwen. En rekken. De luisteraar treiteren door de clou maar uit en uit te stellen.
We moeten de verhalenvertellers dankbaar zijn en ook de personen die verhalen voortbrengen, opzettelijk of ongewild. Dikwijls zijn dat bijzondere personen die door hun eigenzinnige, onbeschaamde en authentieke manier van leven de bron worden van verhalen van anderen. Vaak zijn het mannen of vrouwen met karakter. Als er geen verhalen verteld worden, staat het leven stil, als dood water. Om adem te kunnen halen, moet het leven stromen. Zolang er verhalen over iemand verteld worden ook, is hij of zij in leven. Iemand over wie geen verhalen verteld worden, is echt dood. Die heeft nooit bestaan.
Afbeelding landbouwwerktuigendagen: 'En André en Cor brachten in Velder een trein die uit Eindhoven kwam tot stilstand.' |
| |
|
Palomares
door Kees Quinten
Onlangs ontving EVKL twee schitterende fotoboeken van vrijstaande duiventorens (palomares singularis) in Spanje en een maquette van de Duiventoren in Kasteren. In Spanje staan nog honderden duiventorens. Soms indrukwekkende bouwwerken, soms vervallen ruïnes uit een ver verleden. Eeuwenlang waren ze een statussymbool van landadel en kloosters. Ze waren gericht op het vlees van jonge duiven en het verzamelen van duivenmest. Ruud en Hanneke Loman uit Liempde hebben bijgedragen aan de restauratie van een duiventoren in Carracedo die dateert uit 1769. Ruud kwam voor zijn vroegere werkgever op zakenreis regelmatig in Vigo in Noord Spanje en zag daar overal vervallen duiventorens staan. Hij kwam in contact met een vriendenstichting die zich in de provincie Leon bezighoudt met het behoud en restauratie van duiventorens. Van een aantal duiventorens zijn maquettes gemaakt. Tot hun verassing ontvingen Ruud en Hanneke Loman bij de officiële opening van de gerestaureerde toren ook een maquette van de duiventoren in Kasteren, die zij regelmatig op hun wandelingen passeren. |
| |
|
Kaarpad 2 en brandweerkazerne
Bron beeldbank EVKL 007538: Gemeentelijk monument gebouwd in 1870 in opdracht van bakker Johannes van de Wiel als woonhuis met bakkerij.
Door Jan van de Sande
Kaarpad 2 en brandweerkazerne (Vervolg op Barrierweg 3–5, deel 4 Barrierweg 3)
Johannes van de Wiel, zoon van Arnoldus van de Wiel en Johanna van den Broek krijgt bij deling van de onroerende goederen met zijn broers en zussen een perceel grond toegewezen dat bestaat uit een gedeelte van Sectie C3 en C4, samen groot 55,38 are. Hierop bouwt hij in 1870 op de hoek Kaarpad – Oude Postbaan een nieuw huis met bakkerij. Op 25 oktober 1871 huwt Johannes met Theodora Appeldoorn. Theodora is een dochter van Adrianus Appeldoorn en Johanna Wilhelmina Welvaarts. Haar ouders woonden bij de kerk en hadden een landbouwbedrijf en café waar later zaal ‘de Punder’ was. Johannes en Theodora krijgen twee kinderen, Johanna Wilhelmina geboren op 1 augustus 1872 en Adrianus Arnoldus geboren op 26 november 1876.
Johannes is van beroep bakker en heeft ruim 4 hectare hakhout en dennenbos in bezit. Dochter Johanna vertrekt op 16 januari 1883 op 11-jarige leeftijd naar Geffen en komt ruim 2 jaar later op 1 oktober 1885 weer thuis wonen. Zoon Adrianus vertrekt ook op 11-jarige leeftijd naar Geffen. Hij gaat daar wonen bij de fraters en komt na 2 jaar, op 21 oktober 1889 ook weer thuis wonen. Moeder Theodora overlijdt 16 september 1899. Adrianus is dan bakkersleerling. Vader Johannes overlijdt op 23 augustus 1901. Adrianus neemt de bakkerij over en is nu van beroep ‘broodbakker’. Hij woont er met zijn ongehuwde zus Johanna. Johanna overlijdt hier op 21 februari 1918, 35 jaren oud. Adrianus huwt op 11 juni 1918 op 41-jarige leeftijd met de een jaar jongere Wilhelmina Maria van de Sande geboren te Liempde en dochter van Bernardus Hubertus van de Sande (herbergier van het huidige ‘Wapen van Liempde’) en Elisabeth Helena van Haaren. Adrianus en Wilhelmina krijgen geen kinderen. Wilhelmina overlijdt 11 september 1953, oud 75 jaren en Adrianus overlijdt bijna 3 maanden later op 8 december 1953.
Adrianus is geen bakker meer en verhuurt zijn aanbouw al enige jaren aan de gemeente Liempde als brandweergarage voor de vrijwillige brandweer. In 1955 verkopen de erfgenamen huis, tuin en brandweergarage aan het gemeentebestuur van Liempde. In het woonhuis komt dan Antoon Hermes (bijgenaamd Toontje d’n Dekker), de gemeenteopzichter te wonen. Antoon was voor zijn aanstelling riet- en strodekker van beroep. Antoon is te Liempde geboren op 22-04-1899 als zoon van Wilhelmus Dekker en Henrica van Agt. Zijn vrouw Johanna Maria Hastenberg is geboren te Sint Oedenrode. Johanna was een zus van Hannes Hastenberg, een klompenmaker die aan de Barrierweg woonde in het geboortehuis van Antoon. De vader van Antoon heeft daar eerst gewoond. Hij was strodekker en ook hoepelmaker. Antoon is in 1968 overleden. Zoon Wim heeft, na het pensioen van zijn vader, de taak van gemeenteopzichter overgenomen en is ook in de woning aan het Kaarpad gaan wonen. In 1970 is er door de gemeente een bijgebouw aangebouwd en in 1975 een nieuwe brandweergarage met werkplaats en kantoor. Wim Hermes is in het huis aan het Kaarpad blijven wonen tot aan zijn dood in 2008. |
| |
|