Bekijk deze nieuwsbrief in de browser
 
logo

Kèk Efkes - jaargang 8 Nummer 62 - 15 juli 2026

Inhoudsopgave

1 - Inhoudsopgave

2 - Van de voorzitter

3 - Actueel

4 - Rabo ClubSupport 2026

5 - Adresgegevens leden 

6 - Ger van den Oetelaar - Liempdse houw-mouw

7 - Jasper Mikkers - Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar, deel 4

8 - Jaap van der Woude - Archeokout 58

9 - Ger van den Oetelaar - Heilige Oda in Liempde

10- Jan de Sande - Barrierweg 1 en haar bewoners 

 

Van de voorzitter

door Arnold van den Broek 

Op zaterdag 4 juli 2026 kreeg ik om 14:48 uur een app-berichtje dat Gerard Daandels was overleden met daaropvolgend om 14:55 uur de mededeling: 'Zat alleen in de auto weten nog niet precies wat er is gebeurd.' Gevolgd door een berichtje uit het Eindhovens Dagblad van 15:48 uur dat het ging om oud-burgemeester Daandels van Deurne.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als je zo 'ins Blaue hinein' zo'n berichtje krijgt, val je stil en gaan je gedachten terug naar hoe je Gerard Daandels kent. Persoonlijk als de burgemeester van Liempde die mij destijds in 1987 heeft aangenomen, maar ook als voorvechter van het Liempse erfgoed. Wat dat laatste betreft! Gerard heeft er, samen met oud-voorzitter van Stichting Kèk Liemt en oud-huisarts wijlen Roger van Laere, voor gezorgd dat Expositieruimte De Kleuskes in de boerderij van de voormalige Kinderen Van der Velden, beter bekend als De Kleuskes, er kwam.

Het Brabants Dagblad kopte bij de opening van de museumboerderij in 1989: 'Dorpsmuseum Liempde open - Belangrijk voor Liempdse cultuur.' Het artikel ging verder met een letterlijk citaat van toenmalig burgemeester Gerard Daandels van Liempde: 'Dit museum is erg belangrijk voor de Liempdse cultuur. Het voegt er duidelijk iets aan toe.' 

De openingshandeling die aan Daandels was toevertrouwd bestond uit het openvouwen van een hemd van Dorus van de Kleuskes, waarna velen de toenmalige collectie bewonderden.

Helaas loopt de openstelling van De Kleuskes op 1 juli 2028 af, omdat de boerderij enkele jaren geleden door de toenmalige eigenaar Stichting Kinderen Van der Velden is verkocht. Als Kèk Liemt zijn we druk bezig om te zoeken naar alternatieven, waarbij een mogelijkheid om collecties te herbergen hopelijk binnenkort zijn beslag krijgt. Maar weet u nog meer mogelijkheden binnen het Liempdse? Laat het dan gerust even weten via info@kekliemt.nl 

Kern van dit verhaal: Alles is eindig. Herinneringen worden daarbij terecht gekoesterd, maar het leven gaat wel verder. De vakantieperiode nadert. Het kan verkeren zei Bredero eens. 

De foto is genomen bij de onthulling van het beeld d'n Beugelaar in 1990. Roger van Laere (rechts) schonk het aan de Liempdse gemeenschap ter gelegenheid van zijn 25 jarige dokterspraktijk in Liempde. Links naast Roger van Laere, Pier van Leest -de maken van het beeld-. Links toenmalig burgemeester Gerard Daandels van Liempde.  

 

Actueel

Vakantiesluiting Erfgoedkamer

Nu de vakantieperiode is begonnen leggen we er ook even, zoals dat zo mooi heet, de pannen op voor wat betreft de reguliere openingsdagen en -tijden van onze Erfgoedkamer. Deze is gesloten van woensdag 22 juli t/m woensdag 19 augustus 2026. Op woensdag 26 augustus bent u weer van harte welkom om de Erfgoedkamer te bezoeken. We zijn open van 14:00 tot 16:00 uur. 

Hebt u haast om iets te weten te komen in deze periode en is een bezoek aan de Erfgoedkamer daarvoor noodzakelijk, dan kunt u een gemotiveerd e-mailtje sturen naar info@kekliemt.nl en proberen we daar samen een mouw aan te passen. 

Expositieruimte De Kleuskes in de vakantieperiode open

Deze blijft in de zomerperiode in juli en augustus op de reguliere openingdagen en tijden (elke tweede zaterdag van de maand van 13:00 tot 16:00 uur) wel geopend. Mocht u een bezoekje willen brengen? De eerst volgende mogelijkheid is zaterdag 8 augustus 2026.

Leader

Het heeft even geduurd maar dan is eindelijk de beschikking van Stimulus binnen dat de ingediende projecten van Leader zijn goedgekeurd. In het Brabants Centrum van donderdag 9 juli 2026 wordt daar aandacht aan besteed onder de kop: 'Opnieuw forse impuls voor Liempde via SPPiLL.' Onze erfgoedvereniging heeft ingetekend voor een aantal deelprojecten al dan niet in samenwerking met externe partijen zoals de Natuurwerkgroep Liempde, Ark en Stichting de Brabantse Boederij. Wij maken ons sterk voor:

project 2 - toponiemenpoorten,

project 11 - educatie Liempdse boerderijen,

project 16 - Gehucht Kasteren en Het Groene Woud en

project 21 - Oude structuren herkenbaar en beleefbaar maken. 

Om deze projecten tot een succes te maken zoeken we vanuit de vereniging handige denk- en doehandjes. Wilt u wat meer weten over de inhoud van deze projecten. Stuur dan een mailtje naar info@kekliemt.nl en wij nemen contact met u op. 

Volgende Nieuwsbrief Kèk Efkes.

Zoals al enkele jaren gebruikelijk komt er in augustus geen Nieuwsbrief uit. De volgende krijgt u weer op 15 september 2026 in uw mailbox.

Verhalen voor Nieuwsbrief Kèk Efkes en Boxtel Kroniek

Onze Nieuwsbrief wordt telkens gevuld met interessante verhalen die door onze leden aangeleverd worden. We zijn zeer benieuwd naar uw verhalen! Stuur ze in naar info@kekliemt.nl 

 

Rabo ClubSupport 2026

Ieder jaar neemt Erfgoedvereniging Kèk Liemt deel aan de Rabo ClubSupport. Een mooie gelegenheid om extra inkomsten te krijgen. Vorig jaar hebben we zo € 156,06 mogen ontvangen.

Ook dit jaar doen we weer mee. Tussen 7 en 26 september as kunnen leden van de Rabobank weer hun stemmen uitbrengen. Denkt u dit jaar ook weer aan onze Erfgoedvereniging? Het zou een heel mooi gebaar zijn.

Wilbert Steenbakkers

Penningmeester

 

Adresgegevens leden

Regelmatig komt het helaas voor dat de gevens welke we in onze ledenadministratie hebben staan niet actueel zijn. Denk bv. aan adresgegevens of e-mailadressen. Deze laatste zijn nodig voor het verzenden van de maandelijkse nieuwsbrieven en voor het versturen van e-mails over bv. achterstallige contributie (ook dat komt helaas voor.)

Graag zou ik jullie verzoeken om bij gewijzigde gegevens dit door te geven aan ons.

Dit kan via info@kekliemt.nl of via penningmeester.evkl@kekliemt.nl.

Wilbert Steenbakkers

Penningmeester 

 

Liempdse houw-mouw

door Ger van den Oetelaar 

Een van de mooiste Liempdse woorden is de houw-mouw. Op warme zonnige dagen in het zomerhalfjaar met weinig wind kunnen boven sterk verhitte oppervlakken kleine wervelwindjes ontstaan. Ze doen zich vooral voor boven zandgrond, maar soms ook boven de stenen van een plein of boven hooi op het land (een hooiduivel). Juist dan zijn ze goed te zien. Meestal is er dan een draaiende zuil van stof of zand te zien en daarom worden deze wervelwindjes stof- of zandhozen en in Liempde houw-mouwen genoemd. Het verschijnsel heeft dus alles met hitte te maken en aan de grond moet het minstens enkele tientallen graden warmer zijn dan op zo'n honderd meter hoogte. Er vormt zich dan een hete luchtbel die opstijgt, waardoor aan het aardoppervlak lucht toestroomt uit de naaste omgeving. Net als bij water in een leeglopend bad kan de toestromende lucht dan een roterende beweging krijgen.

In tegenstelling tot windhozen, die samenhangen met wolken op enkele honderden meters hoogte, doen houw-mouwen zich alleen aan het aardoppervlak en bij rustig weer voor. Houw-mouwen worden meestal maar enkele tientallen meters hoog, maar kunnen soms een hoogte bereiken van honderd meter. De levensduur is doorgaans niet langer dan enkele minuten. Houw-mouwen zijn minder heftig en veel onschuldiger dan windhozen bij wolken. Toch veroorzaken houw-mouwen soms schade of verwondingen. Dergelijke houw-mouwen zijn vaak krachtig genoeg om hooi, kussentjes, strandstoelen of parasols op te tillen.

In Twente in Nederland worden stofhozen ook wel windheksen genoemd. In het Limburgse Haspengouw wordt in het plaatselijk dialect de benaming houvrouw gebruikt. Dat lijkt al wel op het Liempds woord houw-mouw. Prof. Jos Swanenberg heeft in zijn publicatie (S)taalkaarten uitgebreid aandacht besteed aan de betekenis en de herkomst van het woord. Het is typisch voor Midden en Oost Brabant (zie kaartje als illustratie). Ten westen van Tilburg wordt het niet gebruikt. Houw is verwant aan het Hoogduitse Holde en betekent vriendelijke vrouw. De Holden zijn de Walkuren, die Wodan op zijn tochten door het luchtruim vergezellen. Mouw is afgeleid van mouwen en heeft vermoedelijk te maken met stuiven, stof doen opwaaien, hevig waaien. 

 

Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar 4

door Jasper Mikkers

In de drie vorige bijdragen schreef ik dat er in dorpen vaak verhalen worden verteld. Ik vroeg mij af in hoeverre die waar waren. Ik ging op bezoek bij Hans van den Biggelaar. Over zijn familie deden altijd veel verhalen de ronde. De verhalen die ik kende, klopten niet, zei hij. Hij vertelde me hoe het wel zat.

Hans kwam terug uit de keuken met mijn thee en ging verder met vertellen.

‘Op mijn 18e reed ik een hartstikke dikke Mercedes. Die had ik kunnen kopen omdat ik tegelzetter was geworden. Dat verdiende goed. Het was zwart werk. Dat kon toen allemaal in Liempde. In die tijd nam niemand het echt nauw. Van dat zwarte geld bouwde ik later mijn eerste huis op een terrein van 700 vierkante meter.’ Het leven was soms hard, bleek uit Hans zijn woorden. ‘Af en toe brak er mond-en-klauwzeer uit of de koeien hadden tbc. Ook de moeder van mijn verloofde moest de koeien ruimen. Ze zei toen tegen me: “Het spijt me Hans, maar ik kan mijn dochter geen bruidsschat meegeven.” Ik heb toen gezegd en dat vond ik best kranig van mezelf, ik was nog jong: “Als het moet,” zei ik, “neem ik haar mee in haar blote kont.”’  

Ook in die tijd werd er aan sport gedaan. ‘Van mijn ouders kreeg ik nieuwe voetbalschoenen. Ik mocht bij de voetbalclub in Liempde. Dat betekende ’s zaterdags trainen. Maar ik had nooit tijd om te trainen op zaterdag, want het werk ging voor. Die voetbalschoenen heb ik bijna nooit gebruikt. Ik ben geen voetballer geworden.’

‘Mijn broer Cor mocht niet bij de voetbalvereniging,’ zei ik. ‘Mijn vader vond het een te ordinaire sport.’

‘We hadden niet veel thuis,’ ging Hans verder. ‘Maar we waren allemaal tevreden. Mijn moeder wist trouwens wel hoe ze iets moest aanpakken. Bij voorbeeld: wanneer het nodig was kwam de belastinginspecteur op bezoek bij gezinnen om te kijken hoe het er voorstond. Ouders die het niet breed hadden, konden aanspraak maken op kinderbijslag. Toen de belastinginspecteur bij ons op bezoek kwam had mijn moeder stamp klaargemaakt. Dat was alles. Zuurkoolstamp. Geen worst of wat dan ook. “Kinderen,” zei ze van tevoren, “het wordt alleen stamp. Dat moet dit keer. En jullie houden allemaal je mond dicht. Ik wil geen woord horen van jullie.” Toen de maaltijd achter de rug was zei de belastinginspecteur: “Nou mevrouw. Ik heb het al gezien.” En zo kregen onze ouders kinderbijslag. Zoals ik al zei, ‘ zei Hans, ‘hadden we niet veel. We waren zuinig zodat we goederen en grond konden kopen. Het bedrijf konden uitbreiden. Op zondag gingen enkele kinderen naar de vroege mis en als ze terug waren trokken ze hun broek uit. De anderen trokken die broeken aan en zo konden ook zij met een fatsoenlijke broek naar de mis. Op zaterdag werden de klompen geschuurd, zodat die er ook fatsoenlijk uitzagen. We gingen op klompen naar de kerk en school.

We gingen ook zuinig met water om. Op zaterdag moesten wij in bad, negen kinderen achter elkaar, zonder dat het water werd vernieuwd. Op een gegeven ogenblik, dat kan ik me nog herinneren, vroeg ons moeder na acht kinderen in bad gedaan te hebben of het water niet vernieuwd moest worden. Je kunt je voorstellen hoe dat eruit zag. Er werd kort beraadslaagd. Nee, we hebben er acht gewassen, die ene die kan er nog wel bij.

Er was een feest. Ik denk dat mijn ouders twaalfeneenhalf jaar getrouwd waren. Dat zou gevierd worden in de goeikamer. Daar stonden schalen met broodjes en krentenbollen klaar.  Wij wilden er al van eten voordat het feest begon, maar hoe kregen we dat voor elkaar? We mochten niet in die kamer komen. Dat vroegen we aan Van Giersbergen, onze overbuurman. “Simpel,” zei die. “De ramen van de goeikamer zijn schuiframen. Je pakt een lange stok met een punt eraan, schuift het raam omhoog en prikt die krentenbollen aan je stok.” Zo gezegd zo gedaan. We konden al van tevoren krentenbollen eten. Achter ons woonde Harrie Habraken. Die had een grote boomgaard met allerlei appelrassen: sterappels, golden delicious, goudrenetten. Er stonden ook pruimenbomen. Daar hebben we heel wat fruit gejat. We hoefden de sloot maar over en waren in de boomgaard. Wij hadden een goede jeugd. Tegenwoordig hebben de kinderen het veel slechter. Ze zijn nooit tevreden. Ze kunnen niet schrijven. Niet rekenen. Lezen niks. Ze komen niet buiten. Zijn alleen maar met een telefoon en iPad bezig. Allemaal hebben ze een psychiater nodig. Ik ken nog een andere anekdote. We hadden Weijers als leraar geschiedenis op de mulo. Op een gegeven ogenblik klonk er een harde scheet door de klas. “Ga de klas maar uit,” zei hij tegen mij. “Eruit jij!” Ik zei: “Ik ga er niet uit.” “Jij gaat wel de klas uit.” “Nee, als er iemand de klas uitgaat, dan bent u dat.” Toen heb ik de leraar de klas uitgezet.’

‘Jij hebt de leraar de klas uitgezet?’

‘Ja, ik heb hem bij zijn mouw gepakt en op de gang gezet. Het was niet de vraag van wil ik wel of wil ik niet. Niet veel later kwam de directeur de klas binnen. Geertman. Die keek lelijk. Tsjonge. Hij vroeg waarom ik de leraar geschiedenis uit de klas had gezet. Ik zei: “Omdat ik er ten onrechte van beschuldigd werd dat ik een scheet had gelaten.” “Nou,” zei de directeur, “als jij het niet bent geweest, wil degene die het wel was zijn hand opsteken?” Een jongen die achter mij zat stak zijn hand op. Dat was fideel van hem. Zo is de kwestie opgelost. Ik was een goede leerling. Ik was ook misdienaar. We hadden de doopbeloften uit het hoofd moeten leren en op een dag moesten we die met drieën in de kerk opzeggen. Dat was een eer als je daarvoor uitgekozen werd. Ik was een van de gelukkigen en Hendrik van der Heijden en een zoon van burgemeester Laurijssens. Hendrik en ik zeiden de doopbeloften zonder moeite op, maar zoontje Laurijssens lukte dat niet. We werden overhoord door de pastoor en die zei: “Jij gaat aan de ene kant van Laurijssens zitten en jij aan de andere kant. Als hij het niet weet, zegt de één het in zijn plaats op en daarna de ander.” En zo gebeurde het.’

‘Hans,’ zei ik, ‘het is al half elf, zie ik. Ik moet gaan. Als ik nu vertrek, kan ik de trein van elf uur nog halen. Ik dank je voor je mooie verhalen en je gastvrijheid. Je hebt nu nog even tijd om je vriendin te bellen.’

‘Nee, dat gaat niet meer. Geen sprake van.’

Ik nam afscheid en even later liep ik door het stille Wilhelminadorp naar het ondergrondse treinstation van Best. Niemand kon het zien, maar onder mijn arm hield ik een map met daarin een stapel nieuwe verhalen. ‘Daar gaat de verhalenverzamelaar,’ zei ik zachtjes terwijl ik naar de weerspiegeling van mezelf in een huiskamerraam keek. 

 

Archeokout 58

Door Jaap van der Woude

We halen de noren weer uit het vet, al is het daarvoor veel te warm. De vorige kout ging zomaar op aan het signaleren van bewuste volksverlakkerij en neonazisme, nu wordt het weer tijd voor onze lieve Viking vrienden. De laatste tijd worden grote gebeurtenissen uit het verleden op miniatuurschaal overgedaan. Met wat (veel?) fantasie zagen we de Anatolische boeren, die ons ruim 75 eeuwen geleden de landbouw brachten, in de zestiger jaren weer terugkomen als gastarbeiders. De Yamnaya's van de Pontische steppe arriveren hier nu als Oekraïense vluchtelingen. De Romeinen hebben verschillende oplevingen gehad, eerst de Franken die zich de natuurlijke opvolgers achtten en later in de Renaissance en nog weer later in de neostijlen en het onverwoestbare elitaire gedrag der classici. Maar nu herbeleven we een microvorm van de Viking overheersing uit het einde van het eerste millennium (inderdaad, die trilogie is Zweeds). De Noren onder leiding van Erling Håland (spreek uit Holland) staan toch maar in de topronden van de WK voetbal en ze roeien dat het een lieve lust is. Natuurlijk, Håland is geen Wicky, noch Erik de Noorman en voetbal is maar een spelletje, maar de generaal, onze Rinus, noemde het oorlog.

Laten we ons nu hier eerst maar eens richten op de periode van Scandinavische invloed op onze streken van regionaal, via Noord-West Europees tot aan Klein-Azie, Noord-Afrika en Noord-Amerika aan toe. Het gaat om een beperkte tijd van ongeveer drie eeuwen en loopt van uit de hand gelopen piraterij en plundering rond 800 tot aan een gevestigde maatschappelijke macht en kerstening rond 1100. Aan Willem de Veroveraar (Slag bij Hastings, tapijt van Bayeux) zien we dat de Noormannen tot de Franse elite gingen behoren. Christendom en bestuurlijke verantwoordelijkheid waren voor de Vikingen de dood in de pot, ze waren volledig ingekapseld. Dat is een algemeen principe, geef de vrijbuiter verantwoordelijkheid en met grote waarschijnlijkheid blijft er slechts een hoopje machtsbeschermende middelmaat van over. Zeg maar het Jetten-effect.

De Vikingen waren er ruwweg in drie soorten. De Denen die zich vooral manifesteerden in ons deel van het Karolingische rijk. De Noren die vooral gericht waren op Engeland en later ook IJsland en Groenland bezetten tot op Newfoundland aan toe. De Zweden die oostwaarts trokken, Kyiv groot maakten en via de Wolga uitkwamen in Byzantium en de Middellandse zee waar ze dan weer de westwaarts getrokken Noren en Denen ontmoetten. De Kyivse Roes groeide uit tot een groot rijk en het woord Rus is daar nog getuige van, het schijnt afkomstig te zijn van een Zweeds woord voor roeier. Het Rijk stortte onder Mongoolse druk ineen in de dertiende eeuw. In alle richtingen vertegenwoordigden de Scandinaviërs een mengeling van handel en plundering, zo zijn er uit de genoemde streken berichten van overvallen, gevangenneming en slavenhandel tot in het Rifgebergte in Marokko aan toe. De handel van de Vikingen rond de Middellandse zee was vooral gericht op het vergaren van Arabisch zilver in de vorm van munten of staven, maar die kon je prima betalen met onderweg geroofd goed, zoals slaven.

Eigenlijk kwamen de Vikingen in eerste instantie vooral als handelaars naar alle windstreken, maar het gemak waarmee geroofd kon worden was voor velen verleidelijk genoeg om zich tot plundering te beperken, met name in de snel bereikbare streken. Hun schepen waren rank en snel en gaven door de ondiepe ligging via de rivieren toegang tot ver in het binnenland. Ze meerden makkelijk aan en waren vlot weer vlotgetrokken. Ze zijn ongetwijfeld de Dommel afgezakt om in het Brabantse binnenland hun plunderhonger te stillen.

In Elsloo (L) zou een groot Vikingkamp aan de Maas gelegen moeten hebben (Hasloa). Een Belgische archeoloog heeft aanwijzingen daartoe gevonden dat werd ondersteund door plaats- en straatnamen (Obbicht, Opgrimbie). Het bestaan van dat kamp zou ook blijken uit oude kloosterannalen, de rijke geestelijkheid had veel van ze te vrezen. Directer in de buurt zou het landschap rond Vught aanwijzingen bevatten voor Vikingkampementen aldaar. Het gewone volk in Brabant was in het algemeen agrarisch en verstoken van rijkdom, die hadden voor zichzelf weinig te vrezen, behalve de plundering en vernietiging van de kerken en kloosters, die over hun ruggen weer opgebouwd moesten worden. Verdediging van die rijkdommen zal ook de nodige slachtingen hebben opgeleverd. Ach, zo hier en daar wat slaven en slavinnen als bijvangst zullen de Vikingen ook niet versmaad hebben. Kortom het zal onze oude dorpsgenoten niet zijn ontgaan dat de veiligheid niet door de Frankische overheid, Lodewijk de Vrome en zijn zoon Lotharius die in onmin leefden, kon worden gegarandeerd. Erger nog, de Frankische legers wisten qua plundering ook van wanten. Volgens de historicus Luit van der Tuuk was die zelfs frequenter en heftiger dan die van de Vikingen. In elk geval werd het redelijk nabijgelegen belangrijke handelscentrum Dorestad jaar op jaar geplunderd, afwisselend door Vikingen, Franken van Lodewijk en Franken en Denen van Lotharius. Dus voor de Liempdse handelaar (als die al bestond) was het ook geen pretje. Misschien een ideetje voor de zomerschool: Vikingen over de Dommel?

Wat een ellende allemaal, en dan verliezen wij van Marokko en gaat Noorwegen roeiend naar de top. Gelukkig dient dat een minder levensbedreigend doel. 't Is maar goed dat het vakantie wordt.

 

Heilige Oda in Liempde

door Ger van den Oetelaar

De heilige Oda (ca. 680 - Sint-Oedenrode 713/726, zie illustratie van Liesbeth Smulders) was volgens de verhalen een Ierse of Schotse blinde koningsdochter, die genezen werd nadat ze in Luik het graf van de heilige Lambertus van Maastricht bezocht had. Haar vader wilde haar vervolgens uithuwelijken, maar ze vluchtte naar Taxandrië (onderdeel van het latere Hertogdom Brabant), waar ze zich na enkele omzwervingen in het latere Sint-Oedenrode vestigde als kluizenaar.

Haar naamdag is 27 november. Oda is beschermheilige bij oogziekten. Volgens een in het Venrayse vrouwenklooster Jerusalem geschreven levensbeschrijving uit de 16de eeuw leefde Oda enige tijd in Venray als kluizenares. Zij werd echter lastiggevallen door vervelende boeren, of eksters, al naargelang het volksverhaal luidt. De legende vertelt dat eksters de verblijfplaats van heilige Oda verraadden, maar ook beschermden tegen haar vader. Daardoor is de ekster het symbool van de heilige Oda geworden. Ze vertrok daarom naar het later naar haar vernoemde Sint-Oedenrode. Op een heuvel ten westen van Venray zou zij zich nog even omgedraaid hebben om te zeggen: 'Venray, eeuwig zal ik uw voorspraak blijven in de hemel.' Sint-Oda is daarom de beschermheilige. van Venray.

De naam Oda is een naam die in Sint-Oedenrode en omgeving veel aan meisjes gegeven werd. Vooral in Sint-Oedenrode en Venray was het een veel gebruikte naam, vooral in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Volgens de Nederlandse voornamenbank waren er in 2017 426 vrouwen met als eerste voornaam Oda. In Liempde wordt de naam ook gebruikt. Achter in de Liempdse kerk staat het symbool van de heilige Oda weergegeven op de prachtige plaat van Antonius-Abt. In de bidprentjesverzameling van Kèk Liemt komt de naam maar 10 keer voor. In de Bossche Protocollen tussen 1380-1477 komt de naam Oda in relatie tot Liempde slechts 23x voor. Eksters, hét symbool van de heilige Oda, zijn veel talrijker in Liempde.

 

Barrierweg 1 en haar bewoners

Foto: Huis rechts is de toenmalige winkel en woonhuis Barrierweg 1 met etalage. Beeldbank EVKL 006598.

Door Jan van de Sande

Vervolg op: Barrierweg 3-5 deel 4 

In 1908 verkoopt Maria Huberdina van der Wiel haar huis en het perceel hoek Barrierweg/Kaarpad, sectie C 914, groot 1620 are aan haar nicht Johanna Adriana Maria van den Berk, vader Albertus van den Berk en haar zus, moeder Arnolda van den Berk van der Wiel. De vader Albertus van den Berk vraagt in 1911 vergunning voor de bouw van een nieuw huis voor zijn dochter.  Johanna (Janske) is dan 24 jaar oud en bouwt op de hoek Barrierweg/Kaarpad op een perceel ter grootte van 6,95 are dat nieuwe huis (nu Barrierweg 1)

Het oude huis, zoals vermeld in de ‘Barrierweg 3-5- deel 4’ verkoopt zij later aan Marinus van Zeeland. In 1975 staat het pand ingeschreven als twee woonhuizen (zie verderop. In 1953 is bij het kadaster sectie C opgenomen in Sectie B. Het pand staat sindsdien vermeld als sectie B 1804. Er is ook met grond geruild. De grootte van het perceel is dan 7,17 are. Als Janske in 1908 het oude huis (later het pand van Van Zeeland) koopt van haar tante is het nog een winkel en staat zij te boek als winkelierster van beroep. Zij staat in het bevolkingsregister vermeld als hoofd van het gezin.

In 1910 wonen 2 nichtjes en een neefje bij haar in. Dit zijn: Hendrika Maria van der Meijden 9 jaar, Adriana Maria van der Meijden 6 jaar en Petrus Josephus van der Meijden 4 jaar oud. Zij zijn alle drie geboren in Boxtel. De ouders van deze kinderen zijn beiden in 1910 in Boxtel overleden. Circa 1913, als het nieuwe huis klaar is, verhuist zij met deze drie kinderen naar het huidige pand Barrierweg 1. Ook nu staat ze nog te boek als winkelierster.

Op 4 september 1917 trouwt Janske met Antonius van de Pas, timmerman van beroep, oud 32 jaar, geboren en getogen te Esch. Hij komt bij haar in Liempde wonen samen met zijn drie jaar jongere zus Maria. Op 2 augustus 1918 wordt hun eerste kindje, Adrianus Albertus Cornelius geboren. 
Op 26 juli 1918 komt bij Janske ook nog een kostganger wonen. Adriaan van Asten, 37 jaar, landbouwer van beroep en geboren te Heeze en wonende te Leende. Adriaan blijft hier wonen tot hij op 26 juli 1919 in Lith huwt met Petronella van Amstel. Vervolgens gaat het echtpaar op D 36a in Vrilkhoven wonen. De zus van Antonius van der Pas verhuist 1 mei 1919 naar Lieshout. Op 29 januari 1919 komt de pas aangestelde burgemeester van Liempde, Josephus Ernestius van den Bosch, geboren 19 maart 1884 uit Horssen (Limburg), bij Janske in-wonen.

Op 27 mei 1920 vertrekken nichtje Hendrika en neefje Petrus naar Boxtel. Nichtje Adriana gaat als dienstbode in betrekking op huisnummer A 69. Op 25 februari 1920 komt Arnoldus Cornelius Maria Hordijk bij Janske en Antonius wonen. Arnoldus is geboren op 21 mei 1898 te Vessem en klerk van beroep. Hij gaat werken op de secretarie van de gemeente. Op 21 juli 1921 verhuist hij naar Boxtel. Op 30 juni 1920 krijgen Janske en Antonius hun tweede kindje, Albert Franciscus Cornelius.
Op 8 oktober 1921 komt Adriana Christina Maria van den Acker bij hen wonen. Adriana is geboren op 6 augustus 1892 te Gemert en daar met burgemeester Van den Bosch (dan 37 jaar oud) getrouwd op 30 augustus 1921.  

Op 17 januari 1922 komt Reinier Willibrordus van Schijndel bij Janske en Antonius wonen. Hij is geboren in Esch op 28 september 1892. Meester Van Schijndel is op 13 juni 1922 in Esch gehuwd met Maria Exsel geboren en getogen in Esch. Hij is aangesteld als hoofdonderwijzer te Liempde. Burgemeester van den Bosch en zijn vrouw wonen eerst op A 51a en later in 1923 op A 55, de burgemeesterswoning op huidige Dorpsstraat 9. Reinier van Schijndel woont op A 51a, later op A 31 en daarna in 1925 op A 57  naast de R.K. Jongensschool in het pand, de huidige Dorpsstraat 13, dat door het school-/parochiebestuur is gebouwd voor het hoofd der school.

Op 30 december 1926 neemt Aloijsius Antonius Maria van Hessel zijn intrek op Barrierweg 1. Hij is geboren te Dreumel op 24 juli 1906 en komt van Boekel. Hij is winkelier van beroep. Op 2 februari 1928 vertrekt hij naar Tiel. Vervolgens komt op 20 maart 1928 Antonia Johanna Laura Maas bij hen wonen. Zij is op 29 mei 1906 geboren te Nuland, komt van Boxtel en is winkelierster van beroep. Zij vertrekt op 30 januari 1933 naar Boxtel. Ondertussen zijn ook de ouders van Janske van den Berk- van de Pas bij hen ingetrokken. Haar moeder Arnolda overlijdt hier op 6 mei 1931, 85 jaar oud. Haar vader Albertus overlijdt hier op 19 april 1939, 82 jaar oud. De zonen van Janske en Antonius, Adrianus en Albertus  vertrekken respectievelijk in september 1931 en september 1933 naar Boxtel.

Antonius van de Pas overlijdt op 6 april 1948 te Boxtel. Zijn vrouw Janske wordt dan voor 2/3 eigenaar en zijn kinderen Adrianus en Albertus ieder voor 1/6 deel. Adrianus woont inmiddels in Mierlo en is daar ambtenaar der secretarie. Albertus woont in Eindhoven. Hij is kantoorbediende. Vanaf 5 augustus 1970 wonen Johan van den Langenberg en zijn vrouw Corrie Quinten bij Janske. Hun dochter Hilde wordt hier geboren. In februari 1973 vertrekken zij. Voor Johan en Corrie hebben ook nog Bob Tieskens, bakkersknecht bij Koos van Eijndhoven en ene Fop de Lange hier gewoond. Wanneer op 20 september 1973 moeder Janske overlijdt worden haar zonen ieder voor de helft eigenaar. In 1975 verkopen zij het pand aan Frans Benjamin Frits Maria de Man. Frans is op 17 december 1935 geboren te Grathem en socioloog van beroep. Het pand staat bij de verkoop bij het kadaster geregistreerd als zijnde 2 huizen met tuin Sectie B 1804 groot 7,17. Na een verbouwing gaan Frans en zijn vrouw Tossie er wonen. Daarna is het nog tweemaal doorverkocht en thans woont er het Boerenbruidspaar van de Boeremèrt Liemt editie 2026 in. 

 

Erfgoedvereniging Kèk Liemt


Keefheuvel 20, 5298 AK Liempde
E-mail: info@kekliemt.nl