Bekijk deze nieuwsbrief in de browser
 
logo

Kèk Efkes - jaargang 8 Nummer 60 - 15 mei 2026

Inhoudsopgave

1 - Inhoudsopgave

2 - Van de voorzitter

3 - Actueel

4 - Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar - deel 2

5 - Onderzoek Kasteren blijft doorlopen

6 - Barrierweg 3-5 - deel 3

7 - Ere wie ere toekomt

8 - Liempdse Kartuizers

9 - Archeokout 56

10 - Fotoherkenning

 

 

Van de Voorzitter

Door Arnold van den Broek

Medio april en begin mei namen we afscheid van twee gewaardeerde dorpsgenoten en leden van onze vereniging. Onze grondlegger en eerste voorzitter van Kèk Liemt, Roger van Laere, overleed op 17 april 2026 waarna, in een volle kerk, afscheid van Roger werd genomen. Een volle kerk viel ook ten deel aan oud onderwijzer van De Oversteek Ben Smeltink (+26 april 2026). Zowel Roger als Ben kwamen midden jaren 60 van de vorige eeuw, beiden vanuit het niet Brabantse, naar Liempde. Roger (Koewacht-Zeeuws Vlaanderen) in 1965, als opvolger van dokter Batenburg. Hij werd in Liempde een graag geziene apotheekhoudend huisarts. 3 Jaar later kwam Ben Smeltink vanuit Sassenheim (Zuid-Holland) naar Liempde om er te gaan werken aan toen nog de R.K. Jongensschool. Zowel Van Laere als Smeltink, wellicht weten velen dat niet, werden lid van r.k.v.v. D.V.G., waarbij Van Laere in het bestuur kwam en Smeltink, naast voetballer, zich bekwaam boog over de eerste edities vanhet maandblad De Voetbal Gids. Innmiddels is de D.V.G.-er een periodiek die dit jaar haar 59ste jaargang beleeft. 

Roger van Laere richtte, naar aanleiding van 100 jaar fanfare Concordia en de 100ste verjaardag van Mieke van der Velden, samen met anderen, op 18 december 1974 Stichting Kèk Liemt op en werd er de eerste voorzitter van. Op 15 september 1998 volgde ik hem op, nadat ik sinds 23 april 1996 het waarnemend voorzitterschap al bekleedde. Op 18 maart 2024 werd Roger van Laere, vanwege zijn verdiensten voor het Liempdse erfgoed door de algemene vergadering, benoemd tot ere-lid van Erfgoedvereniging Kèk Liemt. 

Ben Smeltink werd, samen met zijn echtgenote Maria, op 27 januari 2025 lid van onze vereniging. Zijn voorliefde voor cultuurhistorie was onder andere te vinden in het ambachtelijke handwerk van de klomp. Naast het schuren ervan, in zijn vrije tijd zowel in Sint-Oedenrode als bij klompenmakerij Traa, bekwaamde hij zich bij Nicole van Aarle in Aarle Rixtel in het handmatig klompenmaken. Het Eindhovens Dagblad schreef er op 26 januari 2017 een artikel over. 

Hoewel Liempde geen klompenmakerijen meer telt, wordt de klomp nog wel in ere gehouden op het erf van bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. De oude klompenboet, die destijds op de hoek van de Nieuwstraat/Oude Kerkpad stond -zie foto- heeft een tweede leven gekregen waar elke dinsdagochtend het ouderwetse ambacht in ere wordt gehouden door Henk van der Velden, die daar ook nieuwe cursisten het ambachtelijk vak bij brengt.

 

Actueel

Twee van onze leden Koninklijk Onderscheiden

Op vrijdag 24 april 2026 kregen onze leden Leo van de Laar en Jan van Vugt uit handen van burgemeester Ronald van Meygaarden in de Boxtelse raadzaal de versierselen opgespeld behorende bij het lidmaatschap in de Orde van Oranje Nassau. Leo en Jan van harte gefeliciteerd met deze welverdiende onderscheiding. 

Fiets- en wandeltocht 'dode Dommelarmen'

Op woensdagavond 20 mei 2026 verzorgt ons (bestuurs)lid en Gastvrij Liempdegids Kees Quinten een excursie langs diverse dode Dommelarmen in en om Liempde. Het vertrek is om 19:00 uur bij bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. Kosten € 5,00 inclusief een kopje koffie of thee na afloop in D'n Herd. 

Nieuw bestuur vergadert

Maandag 18 mei 2026 vergadert het bestuur voor het eerst in de nieuwe samenstelling, sinds hun verkiezing op 16 maart 2026 als bestuurslid. In deze vergadering worden vooral de taken verdeeld. Helaas heeft Johan Verspay zijn bestuurszetel opgezegd omdat de gemeente Boxtel dit niet verenigbaar acht met zijn werkzaamheden voor genoemde gemeente. Dat betekent dat er thans een vacature in het bestuur is. Mocht iemand zich geroepen voelen om als aspirant-lid mee te draaien -immers vele handen maken licht werk- geef dit s.v.p. via info@kekliemt.nl aan ons door. Ons lid Els Vissers heeft zich bereid verklaard om voorlopig het notuleren op zich te nemen. Waarvoor we Els vanzelfsprekend zeer erkentelijk zijn.  

30 en 31 mei 2026 Liempds' Kunstpad rond het thema LEEM

Op zaterdag 30 en zondag 31 mei 2026 staat ons dorp weer in het teken van het tweejaarlijks evenement Liempds' Kunstpad. Dit jaar is 'Liempds' leem' de rode draad van de expositie. Een van de verklaringen van de naam 'Liempde' komt voort uit het gegeven dat in en om Liempde veel leem in de grond zit. Schijfwijzen als Lyempde, Leijmt of Liemde duiden hierop zoals wijlen ons oud-lid Frits Beelen in diens levenswerk 'Liempdse contreien in naam door de eeuwen heen' uit 2002 optekende. Het fietspad tussen de Gemondesestraat en het Apollopad heet niet voor niets Leemputtenpad en ook de grenspaal aan de Gemondesestraat op Kasteren draagt de naam 'Paal aan den Leemputten.'

Op zondag 31 mei om 10:00 uur wordt in bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd stilgestaan bij het Liempds' leemproject. Tal van kunstwerken van leem, gemaakt door cursisten en kleuters van speelleerschool De Oversteek zijn te bewonderen. Zaterdag 30 mei is de opening van het Kunstpad in de kerk van Sint Jans Onthoofding. In de kerk exposeren dat weekend namelijk ook drie kunstenaars.  Tevens is er een speciaal orgelstuk geschreven door een Liempdse componist dat ook enkele malen tijdens de tentoonstelling te horen is op het Franssen-orgel in de kerk. De toegang is beide dagen gratis. Beide dagen zijn op diverse plekken kunstwerken te bewonderen via een route door het dorp tussen 11:00 en 17:00 uur. Houd voor meer info de regionale publiciteitskanalen en de socials in de gaten. 

 

Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar - deel 2

Door Jasper Mikkers

HET LEVEN VAN VERHALEN OFWEL PORTRET VAN EEN LIEMPDENAAR - deel 2

In mijn laatste bijdrage vertelde ik dat ik een afspraak had gemaakt met Hans van den Biggelaar, ofwel Hans van Jan van Lientjes. Ik zocht hem op in Best en vroeg hem wat er van de verhalen die ik gehoord had, waar was.

Door het raam zag ik Hans zitten, aan tafel in de spaarzaam verlichte huiskamer. Nadat hij me binnengelaten had, vertelde hij dat hij de bungalow zelf had gestript en volledig opnieuw ingericht.

Het was te zien dat hij een arbeidzaam leven achter de rug had. Zijn houding en lopen verrieden een fikse slijtage van de gewrichten. Hij was via de telefoon in gesprek met zijn vriendin en beloofde haar later op de avond te bellen als de gelegenheid zich daarvoor nog voordeed. Nadat hij het gesprek had afgesloten, vertelde hij dat hij drie keer per week naar het ziekenhuis ging voor dialyse. Ooit, hij was toen nog jong en sterk, runde hij een veebedrijf in de Hamsestraat in Liempde. De veestapel bestond op zeker moment uit 200 koeien en 700 kalveren. Zijn vrouw overleed drieëntwintig jaar geleden. Toen hij het boerenleven opgaf, verdeelde hij zijn bedrijf over zijn twee zonen: de een kreeg de opstallen, de ander de grond. In de opstallen is nu een speelboerderij gevestigd. Op internet lezen we: ‘Midden in natuurgebied het Groene Woud met edelherten, hazen en fazanten ligt speelboerderij Gouden Woud.’

Hij vroeg wat ik wilde drinken. ‘Thee graag.’ Even later kwam hij met een kop thee uit de keuken.

‘In Liempde,’ zo begon ik, ‘worden als in elk dorp verhalen verteld. Ik ben een liefhebber van verhalen en ik heb altijd met plezier geluisterd naar verhalen die verteld werden over de familie Van den Biggelaar. Maar ik weet niet wat er van waar is.’

‘Over ons, de Van Lientjes?’

‘Ik heb een van die verhalen opgeschreven. Het is afkomstig van Hans van Kasteren, ooit knecht bij bakkerij Van Eijndhoven. Later had hij een schoonmaakbedrijf in Boxtel. Hij vertelde het toen hij bezoek was bij mijn vader. Mag ik het voorlezen.’

‘Ga je gang.’

Ik las de tekst voor die ik had genoteerd. ‘Die van Jan van Lientjes, waar jullie Cor mee bevriend was, die vader presteerde het… Hij zei dat de jongens hun fietsen moesten opruimen, nèj fietsen, smerges gekocht. Nee, dat hoefde niet, zei hun moeder. Dat kwam wel. Wel, hunne pa pakte de tractor en reed er een paar keer overheen, over die spiksplinternèje fietsen. Hullie moeder pakte dur portemonnee en zei: ‘Hier jongens, haal maar een paar nèj fietsen.’ Echt waar. Zo is het gegoan. Nie te gluvve.”’

‘Zoiets gluvde gè toch nie. Dat paste niet in ons gezin. Dat zou een enorme verspilling van geld zijn. Wij waren niet arm, maar leefden sober. Het eten dat werd opgediend was verre van overvloedig. Een zure haring bijvoorbeeld werd door ons vader met een mes in vijf stukken gesneden. Ieder kreeg een stukje. Als er al ooit zure haring was. Met de tractor eroverheen gereden? Zal ik je eens wat vertellen? Wij hadden geen tractor.’

Verbluft keek ik Hans aan. Dat was inderdaad een sterk argument. Het haalde het hele verhaal onderuit. Hoe kon dit dan de ronde zijn gaan doen in Liempde als er geen sikkepit van waar was?

‘Cor, mijn broer,’ ging ik verder, behoedzamer dan voorheen, ‘vertelde dat de bedden van jullie, de jongens, op zolder stonden. Daar werden wel eens feestjes gebouwd, ook al was jullie vader daar geen liefhebber van. Jullie kochten kratten bier bij Van Pinksteren, in het centrum, lakens en dekens werden aan elkaar geknoopt en daarmee hesen jullie de kratten naar boven en haalden ze door een raam aan de zijkant van de boerderij naar binnen.’

‘Jullieje Cor heeft dat verteld?’

Ik knikte. ‘En hij vertelde ook dat jullieje pa wel eens genoeg kreeg van dat lawaai op zolder. Dan riep hij naar boven dat het rustig moest zijn. Op een dag, toen het niet hielp dat hij naar boven riep, klom hij de trap op, stak zijn hoofd door het vloerluik en vertelde dat het menens was. Rust moest er komen. Jullie waren klaar met die bemoeienis van jullieje pa en gooiden het luik dicht. Het kwam op zijn hoofd terecht en hij werd naar het ziekenhuis gebracht waar hij drie maanden lang moest revalideren.’

‘Dat is nooit gebeurd. In Olland woonde zo’n figuur. Jan Lieg werd hij genoemd omdat hij veel loog. En Jan Kont. Sommige mensen verzinnen iets en dat verhaal gaat dan de ronde doen en wordt steeds aangedikt, maar er klopt vaak niks van. Ik herinner me dat mijn vader een keer in het ziekenhuis heeft gelegen. Dat klopt. Maar dat was omdat hij door een varken in zijn been was gebeten. Hij lag daar met een been omhoog, aan een takel. Het been moest uitgerekt worden. De dokters dachten toen dat dat moest.’

‘Zoals je wel eens in oude stripverhalen ziet?’

‘Zou kunnen. En jullieje Cor heeft dit verteld? Weet je wat die ooit tegen me zei, aan het eind van de mulo? 'Jij zult nog ooit je pet voor mij afnemen.' Weet je wat ik zei? 'Jij zult ooit voor míj je pet afpakken. En een diepe buiging maken.'

‘Jij hebt inderdaad een mooi bedrijf opgebouwd. Daar valt niks aan af te dingen.’

‘Zo is het maar net. Maar nou dat verhaal. Wij zouden bier gekocht hebben bij Van Pinksteren? Er is nooit één flesje bier bij ons de boerderij binnen gekomen. Dat dronken wij niet. Dat hoorde niet bij ons leven. Ik vertelde al dat we sober leefden. Bijna al het geld dat binnenkwam werd opgespaard om grond en koeien te kopen. Bier? Geen sprake van. Wij hadden nooit geld om bier te kopen, want als wij geld hadden verdiend met iets moesten we dat thuis afgeven.’

‘Maar als jullie uitgingen, dronken jullie toch wel bier?’

‘In Bellevue gingen we dansen, en in België. Daar heb ik dansen geleerd, heel goed dansen geleerd. Maar daar werd nooit bier gedronken.’

‘Ben jij niet ooit kampioen eieren eten geworden, toen je nog jong was?’ Ik werd gegrepen door lichte paniek, zo niet beginnende wanhoop. Zouden alle verhalen daadwerkelijk verzinsels zijn. Bleef er niets over van de rijkdom aan vertelsels die ik in mijn kinderjaren en ook daarna te horen had gekregen? Toch gaf ik het niet op. ‘Met Pasen, ik weet niet precies in welk jaar, was er in Liempde een wedstrijd in het leven geroepen: wie de meeste eieren kon eten. Jij won. Je zou er 40 opgegeten hebben. Het kunnen er ook 28 zijn geweest. Dat getal heb ik ook ooit horen vernoemen.’

‘Dat is toch pure verspilling. Je kunt geen boer vinden in Liempde die daarvoor zijn eieren afstaat. Nee, ik weet niks van zulke wedstrijden.’

Ik stelde nog één vraag. ‘Heb jij niet ooit een handeltje in condooms opgezet? En heeft mijn vader je dat niet verboden? Gebruik van condooms door de jeugd zou de zeden omlaag halen in Liempde. De pastoor was ertegen en waarschijnlijk ook de burgemeester. ’

‘Over welke tijd heb je het? Begin jaren zestig. Ik was zeventien of achttien toen. Nee hoor. Ik had van dat woord nog nooit gehoord. Condooms? Ik zou niet geweten hebben wat het was. En daar zou ik in gehandeld hebben? Dat kan toch niet.’

Verhalen waren ongrijpbare wezens. Dat bleek weer eens. Op het moment dat ik dacht ze vast te kunnen grijpen, ze bevestigd te zien, glipten ze door mijn vingers weg. Dadelijk zou ik afscheid nemen van Hans en naar het treinstation van Best lopen, gedesillusioneerd, met lege handen. Ik zou me afvragen of er nog wel één verhaal was dat niet volledig verzonnen was.

Maar het liep anders.

(Wordt vervolgd.)

 

Onderzoek Kasteren blijft doorlopen

Door Ger van den Oetelaar

Een van de meest bewerkelijke onderzoeksvragen voor het Kasterenboek was het om de locatie van middeleeuwse kartuizerhoeve Hoeve Ten Maye (zie illustratie) helder te krijgen. Het is een van de twee grote hoeven die gebruik maken van de vruchtbare Kasterense akkers, de beste landbouwgronden van Liempde.Later (19e eeuw) wordt de hoeve Slijkhoeve genoemd. Bij de start van het onderzoek was het helemaal niet duidelijk waar Hoeve Ten Maye lag. Pas na afronding van dit onderzoek werd duidelijk dat middeleeuwse Hoeve Ten Maye eeuwen later (19e eeuw) Slijkhoeve wordt genoemd. Daarvoor moeten wel vier eeuwen overbrugd wordenHet totale akkercomplex is aaneengesloten zesentwintig hectare groot en zowel Hoeve Ten Acker (Het Groot Duijfhuis) als Hoeve Ten Maye liggen op de rand van deze akkers. De duidelijkheid ontstond na onderzoek van de familie Van Slabroeck.  

In de latere cijnsregisters worden Gijsbertus zoon van Gh. van Slabroec en later zijn weduwe als laatste cijnsbetalers ingeschreven. Achtereenvolgens in 1449 en 1459 verkopen de broers Goijard en Claes, zonen van Claes van Deijl Kremer, hun deel van de hoeve aan Ludolf van den Aker de kartuizerstichter. In 1471 blijkt de Kasterense Hoeve Ten Maye gedeeltelijk eigendom van Willem Engbertss van Slabroeck of Slaepbroeck. In 1478 draagt Claes Egberts van Slabroeck de helft van Die Hoeve Ten Maye over aan zijn broer Willem. In 1479 is Marten van Helmont de pachter. Ondertussen is het eigendom via de schenking van Ludolf van den Aker in handen van het kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel. Bij het vervolgonderzoek na de boekpublicatie blijkt onlangs dat de familie al langer op Kasteren actief is. De oudste bekende is Henrick van Slabroeck, hij heeft een zoon Egbert van Slabroeck en Egbert heeft de hierboven genoemde zonen Claes en Willem. Uit het later onderzoek blijkt dat in 1445 Egbert van Slabroeck ruim 3 ha eigendom gekregen heeft op de locatie Wedehaghe nabij Savendonk. Blijkbaar heeft deze familie dus niet alleen eigendom op de akkers maar hebben ze ook nattere gronden, waarschijnlijk weilanden, in bezit. Ook blijkt dat de familie Van Slabroeck hun akten (aankoop e.d.) voor de schepenen van Sint-Oedenrode laten vaststellen. Die 15e-eeuwse schepenprotocollen zijn verdwenen, daarmee is het meteen ook wat duidelijker geworden waarom het onderzoek aan middeleeuws Hoeve Ten Maye zo lastig was, er waren weinig bronnen beschikbaar.

 

Barrierweg 3 - 5, deel 3

Foto: Bron collectie Kèk Liemt. Hier woonden achtereenvolgend Hermus Roovers en Jan van den Berk en was later de slagerij van Piet Beerens en daarna van zijn zoon Willy Beerens gevestigd.

Door Jan van de Sande

Vervolg Nieuwsbrief Kèk Efkes van 15 sept 2025. 

De geschiedenis van het pand van de voormalige slagerij Beerens en haar bewoners.
Deel III - Barrierweg 3-5, familie Van de Wiel en familie Van den Berk.

De zusters Arnolda en Maria van de Wiel gaan in 1883 over tot scheiding van de twee huizen met erf die zij in hun  bezit hebben. Deze twee huizen zijn in 1880 herbouwd. Het linkse huis met café en winkel gaat naar Maria en het rechtse huis naar Arnolda. Arnolda huwt op 21 november 1883 met Albertus van den Berk. Albert is dan 26 jaar en Arnolda 37 jaar oud. Hij is in Liempde geboren op 19 juni 1857 en is de zoon van Paulus van den Berk en Adriana van de Staak. Zij gaan na hun huwelijk in het rechter huis wonen (Barrierweg 5). Albertus is onderwijzer aan de school in Liempde. Ze krijgen 3 kinderen: Paulus geboren op 26 november 1887, Johanna geboren op 26 september 1884 en Johanna geboren op 18 februari 1889. Albertus en Arnolda bouwen in 1913 een nieuw huis op de hoek Kaarpad – Barrierweg en gaan daar wonen. Hun oude huis verhuren ze. Arnolda overlijdt op 6 mei 1931.

In 1936 verkoopt Albertus het huis op Barrierweg 5 aan Wilhelmus Franciscus Rovers. Willem is op 26 december 1905 geboren te Sint Oedenrode en op 7 oktober 1925 in Liempde gehuwd met Henrica Cornelia van Dijk, van beroep naaister. Zij krijgen dan 4 kinderen: Kees geboren op 3 maart 1926, Maria geboren op 29 mei 1928 overleden op 23 maart 1929, Maria geboren 8 mei 1930 en Janus geboren op 2 november 1934. Wilhelmus is eerst van beroep klompenmaker en later slager. In 1937 gaan zij aan de Barrierweg wonen. Op 22 maart 1939 wordt Bert geboren. (Noot: het echtpaar krijgt op de Barrierweg nog 2 kinderen. De geboortedata zijn nog niet openbaar maar de overlijdensaktes wel. Lamberdina Cornelia Gerardus is 8 maanden oud overleden op 25 maart 1947 te Den Bosch en Wilhelmus Cornelis Antonius Maria Gemma. Hij is 7 maanden oud overleden op 17 januari 1949 te Eindhoven.)

In het pand begint Willem een winkel in huishoudelijke artikelen en tuingereedschap en handelt hier in rijwielen. Wilhelmus verkoopt in 1958 zijn huis en winkel aan Jan van den Berk, gaat op de Keefheuvel wonen en wordt fabrieksarbeider. Op 16 september 1959 wordt bij de Kamer van Koophandel vermeld dat de winkel van Wilhelmus is opgeheven. In het dorp kende men Wilhelmus als Hermus Rovers. Jan van den Berk dan is tuinder, boomkweker en koopman, begint op de Barrierweg 5 een groentewinkel en gaat in Liempde groenten en fruit venten. Later begint hij hier ook een muziekwinkel. Jan is een zoon van Bert van den Berk en is gehuwd met Dien van Aarle, dochter van Bertus van Aarle en Arnolda Smulders. Zij krijgen 2 zonen. In 1962 ruilt Jan grond met zijn linkerbuurman Van Zeeland, een textielfabrikant. In 1967 verbouwt Jan zijn winkel.

In 1973 verkoopt Jan het pand aan Piet Beerens, slager te Eindhoven waar hij in 1932 is geboren. Piet woont dan al een aantal jaren met zijn gezin aan de Oude Dijk in Liempde, waar hij in 1968 een huis heeft gebouwd. Piet is gehuwd met Marie Pastoor. Zodra hij het winkelpand heeft gekocht verbouwt hij het en begint hier een slachterij en slagerswinkel. Piet verkoopt zijn pand in 1983 aan zijn zoon Willy, die samen met zijn vrouw Virginie Jennissen de slachterij en winkel gaat exploiteren. Enkele jaren geleden is de slagerij opgeheven en onlangs hebben Willy en Virginie er een mooi woonhuis van gemaakt en zijn hier gaan wonen.

In het vervolg van deze reeks gaat het over het pand van textielfabrikant van Marinus van Zeeland aan de Barrierweg 3.

 

Ere wie ere toekomt

Door Harrie Raaimakers

Ere wie ere toekomt
Aandacht voor geallieerde soldaten met Dodenherdenking Liempde 2026 

15th Scottish Infantry Division

Een van onze leden, Marc Verhoeven, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de gevechtshandelingen van de 15th Scottish Infantry Division in onze omgeving en wat die voor Liempde hebben betekend. Uit dit onderzoek blijkt dat het 15th Reconnaissance Regiment – verkenningseenheid - en de 227th Highland Infantry Brigade, beiden onderdeel van de 15th Scottish Infantry Division, een belangrijke zo niet doorslaggevende rol hebben gespeeld. Zij hebben de weg vrijgemaakt ten behoeve van de bevrijding van Liempde door de 51th Scottish Highland Division. Het was met name de verdienste van deze eenheden dat Kampfgruppe Lenz van de Duitse 59ste Divisie van Generaal Poppe zich op 24 oktober al had teruggetrokken uit Liempde voordat de Seaforth Highlanders van de 51th Highland Division ons dorp binnentrokken.
De sub-eenheden van het 227th die aan deze operaties hebben deelgenomen waren: 10th battalion The Highland Light Infantry, 2nd battalion The Gordon Highlanders en 2nd battalion The Argyll & Sutherland Highlanders.

Vanaf 25 september tot aan de bevrijding van Liempde op 24 oktober 1944 – start Operation Pheasant, de Slag om de Schelde - was er regelmatig gevechtscontact tussen deze geallieerde eenheden en onze bezetter. Deze gevechtsacties vonden met name plaats vanuit de Donderdonken (Sint Oedenrode) en de Vleut (Best) en dan vooral in de Liempdse Scheeken en Goossen Bunder. Deze confrontaties gingen gepaard met verliezen aan beide zijden.
Marc Verhoeven heeft onder andere bewijs gevonden voor deze gevechtshandelingen in de ‘War Diaries’ (oorlog-dagboeken) van de betreffende eenheden en ‘Graves Concentration Reports’ waarin de locatie van tijdelijke veldgraven van de gesneuvelden werden bijgehouden. Van de volgende militairen is inmiddels met zekerheid vastgesteld dat zij zijn gesneuveld voor de bevrijding van Liempde:
2nd Battalion The Argyll & Sutherland Highlanders: Majoor H.C. Robertson, Kapitein S.J. Shaw, Luitenant S.G. Dawson en Korporaal J. MacColgan.
2nd Battalion The Gordon Highlanders: Soldaat T. Winter en Soldaat R.A. MacEachen.

Soldaten die gedood werden tijdens een actie - K/A = Killed in Action - kregen meestal eerst een veldgraf, zo ook de betreffende soldaten die op bovenstaand 'Graves Concentration Report' vermeld staan. Zoals de coördinaten 368303 van de veldgraven aantonen zijn drie slachtoffers begraven op het erf van de laatste boerderij aan de Hamsestraat vlak bij De Keel (vroeger woonde hier de fam. Vingerhoets, deze boerderij is in de jaren 60 afgebroken.) Het andere slachtoffer vond zijn veldgraf op coördinaten 373302, in de berm van de splitsing Hamsestraat/Vleutstraat. Deze vier Britse oorlogsslachtoffers zijn later herbegraven op het oorlogskerkhof te Mierlo. De twee militairen die niet op dit ’report’ genoemd worden, zijn zwaar gewond afgevoerd naar het hospitaal in Veldhoven - W/A = Wounded in Action - en toen ze aan hun verwondingen stierven, begraven op een andere locatie.
De stoffelijke resten van twee Duitse soldaten die in de directe nabijheid van de locatie van het veldgraf van Korporaal J. MacColgan in een veldgraf zijn aangetroffen zijn later overgebracht naar de Duitse begraafplaats in IJsselstein.

Dat deze soldaten hier, ver van huis, zijn gestorven voor onze vrijheid is voor Marc Verhoeven een reden geweest contact op te nemen met Lisette Braken van ABL met het verzoek tijdens de dodenherdenking van dit jaar ook aandacht te schenken aan deze geallieerde soldaten. Zij zijn immers voor onze vrijheid gestorven. En zo gebeurde het dat, dankzij het onderzoek van Marc Verhoeven en de inzet van Lisette Braken, na 82 jaar nu ook deze zes slachtoffers met respect herdacht zijn tijdens de gedenkviering in de Liempdse parochiekerk tijdens de dodenherdenking van 4 mei 2026.

Inmiddels is bekend dat bovenstaande gevechtsacties nog meer militaire slachtoffers hebben geëist. Naar hun namen wordt nog gezocht. Daarom doen wij een beroep op eenieder die nog informatie heeft of weet uit de periode 40/45. Laat dit aub weten aan ons want het zou jammer zijn als informatie uit deze periode verloren gaat! Dit kan per mail naar info@kekliemt.nl onder vermelding van WO II. We nemen dan graag contact met je op.

 

Liempdse Kartuizers

Door Ger van den Oetelaar

Een van de meest opmerkelijke zaken in de Ollandse geschiedenis is de stichting van een kartuizerklooster Sinte Sophia van Contantinopel rond 1465. Vooral het landschappelijk effect is anno 2026 nog op vele plaatsen zichtbaar, ook Liempde, denk maar eens aan kartuizerhoeve Het Groot Duijfhuis. De orde van de Kartuizers werd in 1084 gesticht door Bruno van Keulen in het onherbergzame Massif de la Chartreuse, een bergachtig gebied ten noorden van Grenoble. Zijn ideaal was het kluizenaarsleven te combineren met het leven in een gemeenschap. Dit leidde tot de stichting van La Grande Chartreuse, het moederklooster van de orde. De monniken leefden er in afzonderlijke cellen die gegroepeerd waren rond een kerk. Het dagelijks leven stond vrijwel volledig in het teken van gebed, meditatie en studie. Het centrale doel van het kartuizerleven is de eenwording met God. Om deze hoogste staat van geestelijke volmaaktheid te bereiken is een diep contemplatief en meditatief bestaan vereist. Gebed en studie nemen daarin een centrale plaats in. Kartuizers afkomstig uit Liempde en de Meierij zijn zeldzaam.

De meeste monniken van Sint-Sophia kwamen uit ’s-Hertogenbosch. Slechts een beperkt aantal namen wijst op herkomst uit omliggende dorpen zoals Sint-Oedenrode, Schijndel, Woensel, Dinther, Liempde en Oirschot. Op het eind van de zestiende eeuw verbleef Jacobus Scijndel of Scendel in Sint-Sophia, in het begin van de zeventiende eeuw Josephus de Schyndel, Scyndel of Scindel(i)us. Wellicht komen deze kartuizers uit Schijndel. Reynerus de Lyemde, een bewoner van dat klooster in het begin van de zestiende eeuw, komt zeer waarschijnlijk uit Liempde. Binnen deze beperkte groep Meierijse kartuizers springt één familie duidelijk in het oog: de adellijke  familie Van (den) Oetelaar uit Sint-Oedenrode, en eerder uit Schijndel. Deze familie leverde in de 17e eeuw  vier kartuizermonniken, van wie er drie het ambt van prior bekleedden, soms zelfs in meerdere kloosters. Later in de 20e eeuw werd een nieuwe poging gedaan om een kartuizerklooster te stichten, die start zou voorbereid worden in het Italiaanse Calci. In dit klooster waren twee Boxtelaren aanwezig, waarvan Kees Peijnenburg (1920-1984) geboren is in (Kleinder-)Liempde (Goorestraat), de andere was Toon Pijnenburg (1929-1975.) Toon is later als Dom Willebrord kartuizerprior geworden in Certosa di S. Stefano del Bosco a Serra San Bruno in Calabrië (Zuid-Italië.) Kees Peijnenburg wordt later pastoor in Oeffelt. Op de illustratie staan de Boxtelse Kartuizers Kees Peijnenburg (links) en Toon Pijnenburg (rechts) in kartuizerklooster Calci. 

 

Archeokout 56

Door Jaap van der Woude

Tja, die heidenen ...  Karel de Grote had er wat mee te stellen. De Mohammedanen in Spanje vielen nog mee, daar had hij mee afgesproken dat men zijn eigen religie mocht blijven beleven, de islam zowel als het christendom. Maar dan de Saksen in Noord-Duitsland en in hun kielzog de Friezen van Vlaanderen via Dorestad naar Oostergo. Die Friezen had hij wel ongeveer onder controle, behalve als ze die vermaledijde Saksen weer es steunden. Dus werden tienduizenden Saksen gedeporteerd en verspreid over Frankrijk, terwijl een strafexpeditie naar het Noorden niet uitbleef. De Deense koning Gudfred zag het met afgrijzen aan en verschanste zich achter de Danevirke, een enorme wal met houten palissade die zijn koninkrijk moest beschermen.

In de tussentijd begonnen noordelijke heidenen zich te roeren via piraterij. Noren, Denen, Saksen en Friezen deden al eerden piraatgewijs van zich spreken, maar het liep wat uit de hand. Of dat nu direct met de Saksenoorlog had te maken weet ik niet, maar het zal vast invloed gehad hebben. Vanaf 789 is er sprake van heidense piraten die korte snelle aanvallen op land uitvoeren aan de kust, in Noord-Frankrijk maar vooral op kloosters in Engeland. Het meest bekend is de aanval op Lindisfarne in 793. Daar was een geïsoleerd en totaal onbeschermd klooster het lijdend voorwerp. De gebouwen werden vernield en verbrand, de monniken gedood en/of als slaaf meegenomen en de heiligheden, zoals beelden en relieken geschoffeerd. Dat de heilige Cuthbert, de wonderdoener van Engeland, dat niet had voorkomen bewees dat het een straf van God was. De aanval op Lindisfarne wordt wel gezien als het begin van de Vikingperiode. De aanvallen namen toe in frequentie en grootte en waren vooral gericht op snelle roof van rijkdom. De boten werden langer de manschappen talrijker en de vechtkracht groter, al doende leert men.

In onze streken begon het pas in 810 toen Gudfred een vloot van 200 Vikingschepen op de kust afstuurde om de strafexpeditie naar de Saksen te wreken. De eilanden voor de kust werden vernield en de bewoners kregen dwangbetalingen opgelegd. Karel de Grote schrok zich een hoedje en verordonneerde onmiddelijk de bouw van een verdedigingsvloot en stelde een militaire opperbevelhebber aan om met behulp van de plaatselijke graven de Vlaamse en Friese kust de verdedigen. Het landleger was onvoldoende, de heidenen moesten op het water worden bestreden. Hij heeft voor zijn dood in 814 nog een vlootschouw kunnen afnemen. Maar de beer was los. Later bleek dat de bevolking niet erg bereid was de Franken bij de verdediging te helpen. Sterker nog, er waren heel wat Friezen die zich aansloten bij de Denen. Ze gingen 'op viking'.

Hoe kwam dat nu? Waarom waren de Noormannen plots zo agressief en groeide hun dadendrang zo? Waarom werden ze Vikingen, de oorlogszuchtige piraten en landveroveraars in plaats van de gewone hardwerkende Noormannen? Er waren al eeuwen van handelscontacten met hen geweest, met name door de Friezen en Saksen over het water. Ze boerden, voeren en handelden al langere tijd min of meer vredig. Er is gesuggereerd dat er een overbevolking zou zijn geweest. Zulks is onwaarschijnlijk. De Gothen, Angelen, Longobarden, Vandalen en Bourgondiërs waren al vanuit Scandinavië naar het zuiden getrokken en hadden veel ruimte achtergelaten. Ook wijst niets op klimatologisch gewijzigde omstandigheden. Wat wel een grote rol kan hebben gespeeld is het erfrecht onder de Scandinavische volken. De oudste zoon kreeg alles en wat moesten de anderen? Die konden weinig anders dan de wijde wereld in en dat is een dure hobby.

Er was ook sprake van het doden van meisjes bij hun geboorte, maar zonder archeologisch bewijs. Wel kwam  veelwijverij onder de stamhoofden (jarls) voor, als teken van macht en rijkdom. Daardoor zou er een tekort aan Noorvrouwen zijn voor de jonge Noormannen. Daar kun je wat aan doen bijvoorbeeld door via piraterij zo rijk te worden dat je meer kans op de vrouwenmarkt maakte of door vrouwen van elders te roven en als (sex)slaven thuis of in de nieuw veroverde gebieden te etaleren. Dat had nog een groot voordeel, want de vrouwen in Scandinavië waren sociaal krachtig en onafhankelijk, ze konden bijvoorbeeld scheiden en erven. Sommige Noorvrouwen waren ook militare leiders en Vikingen, ze worden ook wel schildvrouwen genoemd. Maar slaven (thralls) hadden geen rechten, dat was dus een leuke bijkomstigheid van geroofd vrouwenwaar.  

Als laatste reden kan de strijd-eer genoemd worden. Er was een familie-eer met bijbehorende vetes en bloedwraak, maar ook eer in het dapper en strijdend ten onder gaan. Je moest pijn en dood (en het walhalla) met een lach tegemoet treden. Dat helpt als er gevochten moet worden. Die stoerheid is ook aan de mode te zien, Vikingen waren hevig getatoeëerd tot zwarte huid aan toe en ze versierden hun gebit met 'slijpgroeven'. Dat moet zeer pijnlijk zijn geweest, maar wie mooi wil gaan moet pijn doorstaan. De Scandinaviërs wilden inderdaad mooi gaan, ze waren goed gesoigneerd, hechtten aan hygiene en mode en ze waren op die manier ook wel in trek bij de overwonnenen. Ze waren groot, mooi, modieus, onverschrokken en rovensrijk, daar wilde iedereen toch bij horen ...

Ach, doen wij niet hetzelfde? Waar anders is de absurde USA-verering aan te danken? De Amerikanen waren rijk en hadden luxe dingen, ze bepaalden de burger-mode en schitterden met mooie rondborstigheden, ze beheersten vanaf de twintiger jaren de muziek, de film en de beeldende kunst, kortom het land van de onbegrensde mogelijkheden. Daar ging Europa en vooral Nederland toch graag mee in zee, ook al ruim voor de tweede wereldoorlog. We gingen als het ware mee op viking in de Koreaanse oorlog, de golfoorlogen, Afganistan, Irak. We deden gelukkig niet overal aan mee, al verzetten we ons niet tegen de grootste agressor van de laatste 80 jaar.

 

Fotoherkenning

Beeldbank Evkl 016151: Toneeluitvoering school, wie kent de namen.

Door Harrie Raaimakers

Fotoherkenning sessie deel II op 20 mei a.s. in D'n Liempdsen Herd, ben welkom!

Rinie van de Wiel beheert inmiddels al een tijdje de beeldbank van onze vereniging. Wat hem opvalt is dat een groot aantal foto’s nauwelijks of helemaal niet zijn toegelicht. Vaak zijn de personen op de foto onbekend en ook de gegevens over de locatie, gebeurtenis en datering ontbreken regelmatig. En dat is jammer want dan vertellen die foto’s ons weinig tot niets .
Op woensdag 22 april 2026 hebben we als proef met een aantal leden die zich tijdens de Algemene Vergadering in maart 2026 hadden aangemeld, een ‘fotoherkenning-sessie’ gehouden. Op een groot scherm hebben we een 40-tal foto’s getoond aan de aanwezigen. Het resultaat was naar tevredenheid. Een groot aantal van deze foto’s hebben we van een betrouwbare omschrijving kunnen voorzien. We hebben daarom besloten nog een sessie te organiseren. Rinie heeft alweer een 50-tal foto’s geselecteerd om aan de aanwezigen voor te leggen.
De volgende sessie vindt plaats op woensdagochtend 20 mei 2026 om 10:00 uur in bezoekerscentrum D’n Liempdsen Herd, Barrierweg 4. Weet je veel van het Liempdse van vroeger en heb je zin en tijd dan ben je van harte welkom om je kennis met ons te delen.

De koffie en thee staan klaar.

 

Erfgoedvereniging Kèk Liemt


Keefheuvel 20, 5298 AK Liempde
E-mail: info@kekliemt.nl