Bekijk deze nieuwsbrief in de browser
 
logo

Kèk Efkes - jaargang 8 Nummer 59 - 15 april 2026

Inhoudsopgave

1 - Inhoudsopgave

2 - Van de Voorzitter

3 - Actueel

4 - Pubquiz een schot in de roos en ... in het zonnetje

5 - Informatieoproep voor publicatie Liempdse vrijgezellenfamilies

6 - Archeokout 55, door Jaap van der Woude

7 - Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar 1, door Jasper Mikkers

8 - Middeleeuwse hopteelt in Liempde

9 - Liempdse Antselse watermolen nog ouder, door Ger van den Oetelaar

10 - Diefstal te Liempde, door Jan van de Sande

 

Van de Voorzitter

door Arnold van den Broek

Het is, op een dag na, al weer een maand geleden dat we de Algemene Vergadering (AV) van EVKL hadden op 16 maart 2026 in bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. Een mooie opkomst en een geanimeerde soepel verlopen vergadering, losjes geleid door Harrie Raaimakers die voor de laatste keer deze AV als voorzitter van onze Erfgoedvereniging voorzat. Als laatste agendapunt, de bestuursverkiezing werd met instemming van de vergadering verschoven naar het einde en werd er afscheid genomen van een drietal bestuursleden.

Helaas ontbrak Ger van den Oetelaar, maar deze werd in de vergadering bedankt voor zijn inzet als bestuurslid in het bijzonder en in het algemeen voor zijn inzet voor onze vereniging. En gelukkig heeft Ger aangegeven zich blijvend in te willen zetten voor onze Erfgoedvereniging. Dat geldt overigens ook voor aftredend bestuurslid Hanneke van der Eerden, die inmiddels samen met partner Henk van Beers in onze hoofdstad vertoeft. Hanneke werd in de bloemen gezet en blijft voorlopig ook onze vereniging trouw met hand- en spandiensten. Ook aftredend voorzitter Harrie Raaimakers blijft actief voor onze vereniging. 

Harrie heeft zich als een uiterst bekwaam voorzitter gepresenteerd en blijft ons, zoals gezegd, dienstbaar. Daar zijn we als vereniging ontzettend dankbaar voor. Immers een bestuur is vleugellam als vanuit de leden geen support komt. Met andere woorden vele handen vanuit het ledenbestand, maken het (bestuurs)werk licht, maar vooral ook dankbaar. Samen de schouders onder ons Liempds erfgoedwerk zetten daar heeft de hele vereniging profijt van. Mogen wij op jullie steun rekenen, nu het bestuur danig vernieuwd is met de komst van Ellen van Giersbergen, Hans Bakx en Johan Verspay. Kortom mogen wij voor de uitvoering van ook uw plannen op u rekenen als we bij u aankloppen? En zoals in de vergadering aangegeven samen in 2026 op weg van 85 naar 100 leden. Dat zou toch fantastisch zijn. 

Harrie Raaimakers zwaait af als voorzitter van EVKL en krijgt uit handen van zijn opvolger Arnold van den Broek een voorjaarsboeket nadat de voorzittershamer eerder van hand naar hand is gegaan. Foto Wilbert Steenbakkers. 

 

Actueel

Onze leden ontvangen op de 15e van elke maand, met uitzondering van de zomermaand, onze digitale nieuwsbrief Kèk Efkes. Veelal wordt deze nieuwsbrief gevuld door een vast groepje schrijvers, maar zoals onze voorzitter hierboven al opmerkt: een vereniging bestaat niet enkel uit een bestuur, maar ook uit actieve leden. Dus kom maar op met uw bijdrage! En het hoeven echt geen literaire hoogstandjes te zijn.

De geprinte Kroniek van Heemkunde Boxtel is als proef ook naar de leden van Kèk Liemt gestuurd. Tijdens de jaarvergadering hebben de aanwezige leden unaniem aangegeven dat ze deze geprinte Kroniek graag blijven ontvangen. De Kroniek is een kwartaalblad, waarin Kèk Liemt telkens enkele pagina's zal gaan vullen. Dus ook hier een oproep voor uw bijdragen. 

Een van de vaste schrijvers in onze nieuwsbrief is Jasper Mikkers. Hij verrast ons deze keer met het  eerste deel van een erg leuk verhaal uit Liempde. In de volgende nieuwsbrieven volgen nog 4 delen.

Op 18 april 2026 geeft Jasper Mikkers een lezing in het Paviljoen van Stadstuin Theresia, in Tilburg. Hij werkt al vele jaren aan de romancyclus Het Wolfsbit. Die zal acht delen gaan tellen. Jasper zal spreken over de voortgang van de cyclus en toelichten hoe het idee van een romancyclus ontstond, hoe het schrijven vordert, wat de voornaamste thema’s zijn die in de boeken aan de orde komen, welke problemen hij bij het schrijven tegenkomt. De lezing wordt ondersteund met beelden en zal ongeveer anderhalf uur duren. 

Datum: 18 april 2026, 14:30 uur, inloop vanaf 14:00 uur.
Locatie: Theresiastraat 15a, Tilburg.
De toegang is gratis.
Openbaar vervoer: ongeveer een kwartier lopen vanaf het centraal station Tilburg. Let op tussen Boxtel en Tilburg worden bussen ingezet en rijden er geen treinen. Wie met de auto komt: betaald parkeren! 
 
Een dag later, komende zondag, 19 april nemen onze gidsen Wim van Erp en Hennie Kuppens, namens Gastvrij Liempde u mee op een wandeling met als thema 'De Kleuskes.' Verderop in deze nieuwsbrief leest u meer over deze Kinderen Van der Velden die alle vijf vrijgezel bleven. De wandeling gaat over wat zij zagen in Liempde vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Op de voormalige hooizolder van hun gedoentje aan de Oude Dijk heeft Kèk Liemt een expositieruimte ingericht. Hier zijn werktuigen en gereedschappen te zien die agrarisch Liempde gebruikte om in en om de boerderij de kost te verdienen. Om 10:00 uur wordt vertrokken bij bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd, Barrierweg 4 te Liempde. Om 11:00 uur wordt de expositie in de voormalige boerderij van De Kleuskes bezocht. Na afloop is er koffie en/of thee in D'n Liempdsen Herd. De kosten voor deelname inclusief een consumptie bedragen € 5,00. 
 
Foto Kees Quinten: boerderij aan de Rosenhofstraat, eertijds eigendom van De Kleuskes.
 
 

Pubquiz een schot in de roos en ... in het zonnetje

Door het secretariaat a.i. 

Dit jaar werd na de Algemene Vergadering een Liempdse pubquiz gehouden. Het bleek een schot in de roos, maar verdraaid lastig. Onze peningmeester Wilbert Steenbakkers toverde afwisselende vragen op het scherm waar menig groepje de hersenen over liet kraken. Uitindelijk gingen, zoals ze na afloop zelf zeiden, de aangetrouwde niet-Liempdse dames met de eer strijken. Het bestuur mocht wel meedoen maar buiten mededinging. 

Eerder tijdens de vergadering werd ons lid Jan van de Sande in het zonnetje gezet via het jaarlijkse schouderklopje. Jan kwam op 20 januari 1998 bij stichting Kèk Liemt. Jan zijn interesse ligt bij boerderijen, bidprentjes, oude aktes, maar vooral de mens achter de mens op Kasteren. Een van zijn niet aflatend archiefonderzoek was de juiste plek vinden waar de voormalige stenen kerktoren van de schuurkerk heeft gestaan. Jan corrigeerde de gedachteplek waar in het wegdek van de Dorpsstraat met kinderkopjes een vierkant van 36 vierkante meter was ingeklopt, dat bleek de toenmalige kosterswoning te zijn. De juiste plek lag aan de overzijde thans half in een van de seniorenwoningen aan de Dorpsstraat. In het wegdek zijn door leden van Stichting Kèk Liemt in 2014 -Kèk Liemt bestond toen 40 jaar- op basis van een reconstructie door het Kadaster, mede op initiatief van Jan, de juiste contouren van de afgebrande schuurkerk en toren in het wegdek gelegd. 

In deze Nieuwsbrief Kèk Efkes mogen wij ons gelukkig prijzen met vele anecdotische verhalen van de hand van Jan over vroegere gebeurtenissen in het Liempdse. Niet onvermeld mag blijven dat Jan bezig is met een boek over de bewoners van Kasteren en hun pleisterplaatsen. Tot slot is Jan nog steeds betrokken bij expositieruimte De Kleuskes waarbij hij, mede als gids en suppoost, in onvervalst Liempds' dialect de volksgebeurtenissen van vroeger voor het voetlicht brengt. Al met al is Jan tijdens de AV vergadering dit jaar meer dan terecht in het zonnetje gezet.

Foto: tijdens de Algemene Vergadering zet voorzitter Harrie Raaimakers Jan van de Sande in het zonnetje en doet dat met een bon en een bos voorjaarsbloemen. Foto Wilbert Steenbakkers.  

 

Informatieoproep publicatie Liempdse vrijgezellenfamilies

Door Ger van den Oetelaar

Sociaal dorps erfgoed: vrijgezellenfamilies

In deze meer op het individu gerichte maatschappij is het bijna ondenkbaar dat, soms nog minder dan een generatie geleden, voor veel dorpsbewoners de maatschappij heel anders in elkaar zat.

Nu zelfs vrijwilligersgroepen in Het Groene Woud als bijzonder fenomeen antropologisch onderzocht worden is het zeker van belang om een studie te publiceren die ingaat op het (verdwenen) samenleven binnen een gemeenschap. In dit geval zogenaamde 'vrijgezellenfamilies'. Dit vanuit de casus Liempde, vanwege de voorhanden zijnde ruime bronnen. Er wordt ook nadrukkelijk vergeleken met andere dorpen en streken in Nederland.

Liempde werd (met name door de buitenstaanders) gekenmerkt door het veelvuldig voorkomen van samenwonende vrijgezellen. Er waren in Liempde minstens 37 (vrijgezellen-) families die nog in het collectief geheugen van de huidige Liempdenaren zitten, zoals: familie Dierking, Van Boeckel, Schoenmakers, Tinnebroek, Welvaarts, Van de Laar, Koppens, Van de Vleuten, Kelders, Van Dijk, Van Abeelen, Van Aarle, Van Boxtel, Van Lieshout, Van de Velden, Smulders, Van de Sande, Van den Boer, Hollanders, Versantvoort, Van Mensvoort. De publicatie wordt geschreven door Els Vissers en Ger van den Oetelaar en begeleidt door een projectgroep. Via onderzoek (o.a. interviews, genealogie, kadaster, archieven) is vanaf 2022 gewerkt om de achtergronden van deze families te schetsen en wellicht te komen tot meer algemene (Liempdse) oorzaken waarom juist in Liempde dit fenomeen meer dan elders voorkwam. Daarom is er ook naar andere dorpen in Het Groene Woud gekeken. We kijken verder naar de economische ontwikkelingen in Liempde gedurende de periode dat deze mensen de huwbare leeftijd hadden. Ook onderzoeken we of dit fenomeen ook in de 19e eeuw en eerder in Liempde voorkwam.

Van veel huishoudens werden kinderen priester of opgenomen in kloosters als zuster, frater of broeder. Wellicht hangt dat samen met het ontstaan van vrijgezellenfamilies. Daarnaast stierven veel kinderen kort na de geboorte of in de eerste levensjaren. Wellicht speelde geboortebeperking op de achtergrond mee? Veel mensen trouwden niet of trouwden op late leeftijd.

Begin 2027 vindt de presentatie van het boek plaats. Kèk Liemt zoekt naar extra informatie over deze vrijgezellenfamilies. Het gaat daarbij over dagboeken, verhalen en/of foto's. Men kan aangeven welke informatie men beschikbaar heeft via Kèk Liemt, info@kekliemt.nl of via Els Vissers, vissers.els@gmail.com 

Illustratie: wellicht de bekendste Liempdse vrijgezellenfamilie in 1925: De Kleuskes (familie Van der Velden)  

 

Archeokout 55

Door Jaap van der Woude

Hoe word je heilig verklaard? Toen ik ooit leerde behangen werd ik gewaarschuwd voor heilige dagen, plekken op een ingesmeerde baan waar geen plaksel zat. Betekent dat dat niets een voorwaarde voor heiligheid is? Dan zouden er teveel heiligen zijn, want niets voorstellen lijkt algemener verbreid dan iets betekenen. De voorwaarden zijn in het kort: dood zijn na een smetteloos leven, vereerd worden, een rijke aanvrager en steun van de paus hebben en nog iets met wonderen. Dat zal dus het geval geweest zijn bij de heiligverklaring van Karel de Grote in 1165 op voorspraak van Frederik van Barbarossa. Maar ja, vereerd worden 351 jaar na je dood is vooral een gevolg van subjectieve geschiedvervalsing en verborgen of anderszins bedenkelijke agenda's en met wonderen is het al niet beter gesteld. Dood was ie zeker, maar dat smetteloze leven?

In 768 nbj werd Karel op 25 jarige leeftijd koning van een deel van het rijk van zijn vader Pippijn III. Broertje Carloman II, die de rest kreeg, overleed na drie jaar en dus was Karel alleenheerser na onterving van de zonen van Carloman. Hij was in hoge mate oorlogszuchtig, in zijn regeringsperiode van 46 jaar waren er slechts twee zonder oorlog en in de meeste gevallen was Karel de agressor. Smetteloos? Laten we met zevenmijlslaarzen door zijn drek ploeteren.

Het meest frequent terugkerende feest was de moeizame onderwerping van de Saksen aan het Frankische gezag. Vader Pippijn en oom Carloman I hadden er veel mee te stellen gehad, maar Karel maakte er een bijna jaarlijks gebeuren van gedurende 33 jaar. De Saksen hadden geen centralistisch bestuur en de afzonderlijke stammen roerden zich vooral tegen de opgelegde tienden belasting en de verplichting van het Christendom. Een en ander leidde tot hevige strafexpedities die gepaard gingen met plunderingen van dorpen en hoeven in een vorm van zwarte aarde tactiek. De overlevenden werden als slaaf op de markt in Verdun verkocht. Het ergst was het bloedbad van Verden in 782 waarin 4500 edelen op een stamhoofdenraadpleging (ding) werden onthoofd. Die stoute Saksen hadden het bestaan een domme actie van een Frankisch leger af te straffen door het te decimeren. Dit zou ze leren. Maar de vrijheidsdrang en het verzet der Saksen bleef aanhouden tot 804 ondanks genocidale moord en grootschalige deportaties.

Tussen de bedrijven door moesten de Longobarden enige malen aangepakt worden omdat de paus zich bedreigd voelde. Uiteindelijk werd Pavia negen maanden belegerd en ingenomen nadat honger en epidemieën het leven onmogelijk maakten. Sindsdien was Karel ook koning der Lombarden. Hij stond daarmee ook in het krijt bij de Paus. Een jaar of 15 later nog meer omdat Karel in Italië een Byzantijns leger versloeg dat de Paus bedreigde. Ondertussen was de Byzantijnse keizer een vrouw, na de dood van haar man nam Irene de scepter over samen met haar zoon. Dat was belangrijk, want de Byzantijnse keizer was eigenlijk ook de keizer van het gehele Romeinse Rijk, niet alleen van het Oost Romeinse deel. Ze onttroonde haar zoon en was alleenheerser van 797 tot 802. Dat kon dus niet, ze was keizer (niet keizerin) en vrouw, en dat was een pracht smoes om de keizerstitel vacant te verklaren. Eerste Kerstdag 800 werd Karel door de paus tot keizer gekroond.

Maar voor die tijd waren er nog gevechten tegen de Avaren die in 796 totaal vernietigd werden, tot de steentijd teruggebracht. De plunderingen leverden de grootste winst ooit op voor de Franken. De Avaren bestonden niet meer en hun gebied werd het latere Oostenrijk. De hulp die Karel bood aan de Abbasidische goeverneur van Zaragossa (778) liep slecht af, hij verwoestte weliswaar Pamplona maar trok zich snel terug en het staartje van zijn leger onder aanvoering van Hruotland werd door de Basken in de pan gehakt, hetgeen we nu nog kunnen lezen in het Roelandslied. In later jaren deed Karel het via zijn zoon nog eens over en breidde het Frankische rijk uit tot de Ebro. Echter Bretagne heeft ie nooit op de knieën gekregen.

Kortom Karel de Grote trok van noord naar zuid en van west naar oost, al plunderend, moordend en zelfs genocidaal. Een smetteloos leven dat vooral door de kerk niet bestreden en zelfs gewaardeerd werd. Hij zou de grote bekeerder zijn, met zijn generaals trokken ook bisschoppen mee om de gedwongen levensreddende doop uit te voeren. Daar waar Staat en Kerk onder een hoedje spelen moeten we ernstig op onze hoede zijn.

Gunstige elementen zijn er natuurlijk ook, maar die waren er vooral voor eigen verdienste. Hij vernieuwde en normaliseerde geld (denarius, Karolus gulden), vereenvoudigde het schrift, deed een en ander aan bestuurlijke herinrichting met marken en graafschappen en en passant ook bisdommen. Hij schreef onderwijs in de zeven vrije kunsten voor, hield zich bezig met de zedelijke en spirituele ontwikkeling van zijn onderdanen en verordonneerde celibaat en verbood homoseksualiteit in kloosters. Je moet maar Christelijk keizer willen wezen.

Tsja, Karel heeft natuurlijk zichzelf niet heilig verklaard, maar dat de vervanger van Petrus hem tot Keizer zalfde was wel mooi meegenomen. Soms willen potentaten een dergelijke vorm van eeuwige roem en erkenning van hun grenzeloze hoogmoed. Keizer zijn bijvoorbeeld of de Nobelprijs voor de vrede en zoniet, dan toch de FIFA-vredesprijs en de hielenlikkerij van Mark.

 

Het leven van verhalen ofwel portret van een Liempdenaar 1

Door Jasper Mikkers

HET LEVEN VAN VERHALEN OFWEL PORTRET VAN EEN LIEMPDENAAR 1

Overal waar mensen samenleven, ontstaan verhalen. Meestal vinden ze hun oorsprong in de werkelijkheid. Een voorval dat als bijzonder wordt beschouwd, wordt doorverteld. Maar een verhaal heeft de neiging een eigen leven te gaan leiden. Naarmate er tijd verstrijkt, ontstaan er varianten. Dat komt door de gebrekkigheid van het geheugen van de vertellers. Er wordt vergeten en de ontstane gaten moeten worden opgevuld met verzinsels. Maar dat is niet alles. Ervaren vertellers weten dat luisteraars dol zijn op sappige details en verrassende wendingen. Ze kunnen de verleiding niet weerstaan om er iets bij te verzinnen, er iets eigens in te leggen: ze hunkeren naar de beloning die ze ontvangen als het verhaal in goede aarde valt. Die beloning bestaat uit een bevestigend knikje en een glimlach, het schudden van het hoofd waarbij opmerkingen gemaakt worden als: ‘Tsjongejongejonge’, ‘Niet te filmen’, ‘Zoiets verzin je toch niet’, ‘Dat zoiets bestaat’. Verhalen worden wel eens vastgelegd op papier, bij voorbeeld door middel van een krantenverslag, proces-verbaal of gerechtelijk stuk. Maar papier vergeelt. Getuigen gaan dood. Er is niemand meer die de ware toedracht kent en de contouren van het voorval verdwijnen in de schemer van de tijd. De fantasie van de verhalenvertellers kan losgaan.

Dit is een bekend verschijnsel en bestaat al heel lang. In eeuwen die ver terug liggen, hadden verhalen de eigenschap zich te concentreren rondom een of meer figuren. Epische verdichting werd dit genoemd. Heroïsche daden werden toegeschreven aan één held terwijl ze voornamelijk verricht waren door anderen.

In mijn kindertijd – maar ook daarna – hoorde ik Liempdenaren en oud-Liempdenaren verhalen vertellen over personen en gezinnen in het dorp. Geestige, bizarre en sterke verhalen. Ik luisterde daar gretig naar, wat mij betrof kon het niet gek of geestig genoeg zijn. Of tragisch. Mijn oudere broer Cor, nu woonachtig in Den Boskant, kon in de duisternis van de slaapkamer tot ver voorbij middernacht terwijl een bleke streep maanlicht langzaam over de beddenspreien schoof, krankzinnig geestige, waargebeurde verhalen vertellen. En oeverloos moppen tappen. Hij smukte ze op met absurde details, rekte ze uit tot halve boeken, sloeg zijpaden in waarbij je dacht dat hij de weg nooit meer terug zou vinden, kwam uiteindelijk toch toe aan de clou die meestal veel oninteressanter bleek dan het afleggen van de weg om er te komen. Altijd viel ik daarna in een diepe slaap, uitgeput als ik was van het kronkelen van plezier en het uitroepen dat het genoeg was, dat ik het niet langer aankon. Een meesterlijk verteller.

Wel vroeg ik me de dag erna af of ze daadwerkelijk echt gebeurd waren. Die verhalen.

In het bijzonder over één gezin deden vele verhalen de ronde in Liempde. En allemaal hadden die iets uitzonderlijk geestigs en absurds. Ik doel op het gezin van Jan van den Biggelaar, woonachtig in de boerderij aan het einde van Oude Postbaan. Links. Het gezin stond ook bekend als ‘die van Jan van Lientjes’. Wat ik me dus afvroeg – en nog altijd afvraag – is: klopten ze, al die verhalen die over de jongens van Jan van Lientjes werden verteld? Het was waar: alles in dat gezin was groter, opmerkelijker, geweldiger en grappiger dan wat de doorsnee dorpeling gewend was. Het was een vruchtbaar gezin, de Jan van Lientjes, in meerdere opzichten: het boerenbedrijf bloeide en breidde zich uit, er waren negen kinderen, allemaal stevige jongens en meiden die wisten wat hard werken was en een goed verstand hadden. Moeder ging elke week te voet naar de markt in Boxtel en kocht alles in het dozijn. In de winter werd er groen van het veld gehaald, pisknollekes, het loof werd samen met aardappelen gekookt en daar werd stamp van gemaakt die op borden werd geschept, plat gestreken en met een dikke laag mayonaise bestreken uit een pot van drie of was het vijf liter. De bedden van de jongens stonden op zolder en daar was het wel eens feest. Aan lakens en dekens die aan elkaar werden geknoopt… Het is absoluut niet verwonderlijk dat uit dit gezin Jan Biggel is voortgekomen, Liempds bekendste zanger en zoon die furore maakte met het – platina – nummer Ons moeder zeej nog en de carnavalskraker Ons oma heeft een stoma. Hij is de zoon van een van de jongens van Jan van Lientjes, van Louw. Wie die jongens gekend heeft, weet dat Jan Biggel uit geen ander gezin had kunnen voortkomen.  

Dus: iets moet ervan waar zijn, van al die verhalen. Maar wat?

Ik besloot met Hans, een van de jongens van Jan van Lientjes, contact op te nemen en te vragen wat er waar was van de verhalen. Hans woont in Wilhelminadorp, gemeente Best, in een bungalow. Ik belde hem en vertelde wat de bedoeling was. ‘Ge komt mer.’ Hij voegde er wel meteen aan toe: ‘D’r wordt veul bègemakt.’ Daarmee wilde hij zeggen: de mensen fantaseren er maar wat op los. Het klopt lang niet altijd wat er gezegd wordt.

Ik beaamde dat volmondig. Toch hoopte ik iets wijzer te worden als ik hem zou spreken. De verhalen waren te mooi om niet waar te zijn. Trouwens, is het leven de moeite waard als er geen verhalen zijn om te vertellen?

(Wordt vervolgd.)

Foto: Fotobank Liempde, jongensschool 1917, de jongens op de 1e rij en 3e en 4e van links zijn Laurens en Jan van de Biggelaar van de Oude Postbaan

 

Middeleeuwse hopteelt in Liempde

Sinds kort wordt er weer hop geteeld in Liempde. Deze keer op Hezelaar en nu op een meer moderne manier met hoge palen en ijzerdraad. Eeuwenlang is in Liempde hop geteeld op een kleinschalige manier met hopkuilen. Dat gebeurde echter in de middeleeuwen ook grootschalig, zoals bijvoorbeeld bij Het Groot Duijfhuis op Kasteren waar in 1470 de pachter Klaas van Herenthom maar liefst 1000 hopkuilen moest aanleggen en onderhouden. Daarvoor had je ruim een halve hectare grond nodig. Hopkuilen zijn precies zoals de huidige voederkuilen in het landschap in werkelijkheid heuvels. In dit geval kleine heuveltjes van elk maximaal een kuub groot. Elke hopkuil (zie illustratie) heeft ongeveer als oppervlakte ca 6 vierkante meter grond nodig. Twee hopkuilen liggen een aantal meters uit elkaar. Veel Liempdenaren hadden op een klein stukje grond (hoptuin) een beperkt aantal hopkuilen, met elk vaak drie hopplanten die aan houten staken omhoog groeiden. Elke hopkuil leverde per jaar een grote hoeveelheid hopbellen op, namelijk 3 pond hop. Met de hop en natuurlijk de gerstemout kun je bier brouwen. In de middeleeuwen brouwden veel mensen of vondt het brouwproces plaats in kleine brouwerijtjes. Het teeltproces start met hopstengels of wortels van andere hopplanten en is daarmee een beetje verglijkbaar met aardappelteelt.

 

Liempdse Antselse watermolen waarschijnlijk nog ouder

door Ger van den Oetelaar 

Het onderzoek van middeleeuwse leengoed Ten Hulst voor het Rooise boerderijenboek levert telkens ook nieuwe Liempdse gegegevens op. Deze keer betreft het de watermolen in relatie tot De Egelsgraaf.

De Liempdse watermolen aan de oostzijde van Liempde wordt Antselse watermolen genoemd. Zie de illustratie voor een impressie. In het Bosch’ Protocol is meerdere malen sprake van Alsel / Antsel in verband met het Rooise leengoed Ten Hulst en met dit watermolentje. Dit watermolentje stond op een zijriviertje van de Dommel, op de plaats waar nu de weg de Groote Waterloop kruist, iets voor de grens met Sint-Oedenrode. De huidige weg in Liempde is genoemd naar deze molen: de Meulekensweg. In 1363 was de watermolen al aanwezig volgens de oudste registers van het Bosch’ Protocol. Dit was de oudste aanwijzing. Er is echter nog een oudere aanwijzing. Bij de begrenzing van de gemeijnt Bodem van Elde in 1314 werd De Egelsgraaf (toen Veltgraaf genoemd) als begrenzing genoemd.

Ook Hendrik Verhees gebruikt in zijn Bodem-van-Elde-kaart uit 1802 nog deze grens. De Egelsgraaf is een gegraven waterloop die bovenstrooms Dommelwater aanvoert richting Den Groote Waterloop. Dit water komt in Den Groote Waterloop net vóór de Antselse watermolen, zonder dit extra Dommelwater kon de Antselse watermolen blijkbaar niet malen. De Egelsgraaf  heeft geen ander doel dan water richting de molen te brengen. Deze waterloop stroomt niet, zoals alle andere waterlopen, náár de Dommel maar er juist vanaf. Het verval is anno 2026 echter maar ca 40 cm, maar wellicht was dat in de middeleeuwen genoeg. Aangezien De Egelsgraaf in 1314 al aanwezig is moet er toen zeker al een watermolen gestaan hebben. De Antselse watermolen is daarom zeker (flink) eerder gebouwd dan 1314.
Op het eerste deel van de Egelsgraaf, gezien vanaf de Dommel, ligt de gemeentegrens tussen Liempde en Sint-Oedenrode (en nu tussen Boxtel en Meierijstad.) Ook dat geeft aan dat dit een oud landschapselement is. 

 

Diefstal in Liempde

Afbeelding: kortzaag

Door Jan van de Sande 

Correspondentie van burgemeester Jan van de Sande met de officier van justitie van de Arrondissementsrechtbank te ‘s-Hertogenbosch betreffende de diefstal uit een woning van mevrouw van Boeckel van Rumpt van der Heijden.

De boerderij is gelegen aan de Oude Rijksweg en wordt op het moment van de diefstal herbouwd. Mevrouw van Boeckel is de weduwe van Johannes Franciscus van Boeckel van Rumpt uit Den Bosch, eigenaar van landgoed Velder. 

7 Maart 1874: het proces-verbaal van de burgemeester.
In de nacht van woensdag 5 op donderdag 6 maart 1874 is alhier aan de steenweg in het in herbouw zijnde huis van mevrouw van Boeckel te s’Bosch door middel van het wegbreken van een binnenmuurtje uit den kelder waarin de gereedschappen geborgen waren ontvreemd een kortzaag, een spanzaag, een waterpas, een turksleren broek, een paar klompen en eene schopspade. Donderdag s’morgens heeft de dader de kortzaag verkocht aan eene boer in deze gemeente. Deze is in beslaggenomen en verklaard het werkvolk van mevrouw van Boeckel als de gestolene erkend. Met de andere voorwerpen heeft men hem zien passeren den weg inslaande op Sint Oedenrode. Onze veldwachter is gisteren zijn spoor gevolgd tot Veghel. Daar had men hem gezien zonder de spanzaag en de schop. Deze voorwerpen heeft hij dan vermoedelijk onder Sint Oedenrode verkocht. Te Veghel heeft de veldwachter omtrent de dader de volgende inlichtingen bekomen. Hij heeft daar gewerkt als opperman aan het kanaal. Hij is genaamd Dirk…..? Naar gissing 32 jaren oud, geboren te Nederweert. Hij keert met de dienstmeid van Hurkens logement op de markt te s’Bosch. Ofschoon nu de marechaussee te Veghel die door den veldwachter van de gehele zaak onderricht zijn, wel verdere nasporingen zullen doen, misschien wel den dader reeds opgespoord en aangehouden hebben, acht ik het toch dienstig Uw Edelachtbare van deze zaak voorlopig kennis te geven met de intentie: 1e door de politie te s’Bosch verdere inlichtingen omtrent den persoon der daders te doen inwinnen. 2e Voor het geval dat het de marechaussee te Veghel niet gelukken mocht hun in de handen te krijgen, de brigade te Oss te waarschuwen in welke streken de dader zich mogelijk wel ophoudt, daar men hier verstaan had , dat hij daar vandaan was ofwel daar naar toe wilde. De man is gemakkelijk herkenbaar daar hij reist met een pakje waarin de broek en de klompen op den rug en geeft zich uit voor een metselaar die werk gaat zoeken. Hij is van middelmatig gestalte, van boven iets ineengedrongen en zwartachtig van uitzicht. 

10 maart 1874: de burgemeester schrijft de volgende brief betreffende deze diefstal aan de officier van justitie:
Ik heb de eer uwe Edelachtbare toe te zenden het proces-verbaal van de veldwachter der gemeente Megen der aan het huis van mevrouw van Boeckel te alhier in den nacht van 5 op 6 oktober gepleegde diefstal waarbij ik bij brief van 7 maart de eer had uwer voorlopig kennis te geven. Ik heb nog niets vernomen van het resultaat der opsporingen door de marechaussee te Veghel verricht. De voorwerpen vermoedelijk onder Sint Oedenrode verkocht door den dader zijn tot dusver nog niet opgespoord. De in beslaggenomen kortzaak en het gevonden spatlatje waarvan in het proces verbaal gesproken wordt berusten alhier op het raadhuis. Ik wenst van u Edelachtbare te vernemen of  deze voorwerpen aan uwer moeten worden opgezonden of voorlopig alhier bewaard kunnen worden, danwel of ik de kortzaag aan de rechtmatige eigenaresse kan terug laten geven. 

16 maart 1874: de burgemeester bericht aan de officier van justitie dat de spanzaag door Francis Vogels, klompenmaker te Sint Oedenrode, door den dader is verkocht. Deze heeft de zaag weer doorverkocht. 

22 juni 1875: de burgemeester stuurt ter informatie de volgende brief aan de officier van justitie:
Namens de belanghebbende ben ik zo vrij uwe Edelachtbare te informeren of de in de nacht van 5 op 6 oktober 1874 in het in aanbouw zijnde huis van mevrouw van Boeckel dezer gemeente gestolen en achterhaalde en uwe toegezonden voorwerpen namelijk eene kortzaag van mevrouw van Boeckel  en eene spanzaag van timmerman Josef van de Laar alhier, nog niet door de eigenaars kunnen worden terug ontvangen, daar zij, de timmerman voornamelijk, er door ontriefd zijn. 

Bovenstaande correspondentie schetst een goed beeld hoe in deze tijd een proces-verbaal werd opgemaakt, wie dat deed en hoe vervolgens de onderzoeken plaatsvonden. Het vervolg en of de dader(s) zijn gepakt is mij niet bekend.

 

Erfgoedvereniging Kèk Liemt


Keefheuvel 20, 5298 AK Liempde
E-mail: info@kekliemt.nl