Inhoudsopgave
1 - Inhoudsopgave
2 - Van de voorzitter, Harrie Raaimakers
3 - Actueel
4 - De Klöskes of Kleuskes, door Arnold van den Broek
5 - Boek Vrijgezelfamilies Liempde opnieuw van start, door Ger van den Oetelaar
6 - Archeokout 54, door Jaap van der Woude
7 - Rooise adel De Girard de Mielet van Coehoorn in Liempde, door Ger van den Oetelaar
8 - Kak, door Jasper Mikkers
9 - Procesverbaal brand huis Hendrikus van den Boom, door Jan van de Sande
10 - Tragische ongevallen, door Betty van der Schoot en Els Vissers
|
| |
|
Van de voorzitter
door Harrie Raaimakers
Beste leden van EVKL,
Dit is voor mij de laatste bijdrage aan deze nieuwsbrief Kèk Efkes als voorzitter van EVKL. Het is alweer ruim drie jaar geleden, om precies te zijn op de Algemene Ledenvergadering van 14 november 2022, dat Els Vissers na vier jaar aftrad als voorzitter. Zij heeft ons destijds op een geweldige manier door de coronaperiode geleid. Er was op dat moment geen opvolger voorhanden voor Els. Samen met Hanneke van der Eerden ben ik op deze zelfde vergadering door de leden aangesteld als bestuurslid van onze Erfgoedvereniging. Een paar maanden later, op de bestuursvergadering van 9 januari 2023, de vereniging had nog steeds geen voorzitter, ben ik alsnog Els opgevolgd als waarnemer. Vanaf 3 juli van dat jaar heb ik vervolgens, op verzoek van het bestuur, ingestemd met een permanente aanstelling. Zoals eerder, in de nieuwsbrief van 15 februari 2026 al aangegeven, ben ik de komende Algemene Ledenvergadering op 16 maart 2026 aftredend en niet herkiesbaar. Arnold van den Broek volgt mij op als voorzitter. Voor de drie openstaande bestuursfuncties zijn inmiddels drie leden bereid gevonden zich verkiesbaar te stellen. Dus, als de vergadering ermee instemt zijn de vacatures in het bestuur dan ingevuld. Een kleine omissie is er nog wel! Het aantal klopt maar we missen nog node een secretaris. Dus, als iemand zich geroepen voelt is zij of hij van harte welkom.
Tot slot maak ik graag van deze gelegenheid gebruik de nieuwe voorzitter en bestuursleden alle succes toe te wensen in de komende periode. Verder bedank ik bij deze het zittende bestuur en de leden voor het vertrouwen dat ze de afgelopen periode in mij hebben gesteld. En natuurlijk mag ik alle actieve leden niet vergeten te bedanken voor hun bijdrage en de fijne samenwerking. Een samenwerking die ook ik als lid in de toekomst met plezier voortzet.
Saluut |
| |
|
Actueel
Algemene Ledenvergadering 16 maart 2026
Denkt u nog aan de Algemene Ledenvergadering morgen in bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd. Aanvang 19:30 uur. Inloop vanaf 19:00 uur. De agenda ontving u in uw mailbox op 6 maart 2026. De notulen een dag later op 7 maart 2026. Na afloop van de vergadering is er een korte pauze en daarna een heuse pub-quiz. Wij kijken er naar uit. U hopelijk ook.
Lezing 'De geschiedenis van het bidprentje' - maandagavond 30 maart 2026
Maandagavond 30 maart 2026 houdt ons (bestuurs)lid Wilbert Steenbakkers in bezoekerscentrum D'n Liempdsen Herd (aanvang 19:30 uur) een lezing over de geschiedenis van het bidprentje. Waar komt dit fenomeen vandaag? Hoe lang bestaat het al en wat is er zo bijzonder aan de ontwikkeling van zogeheten afscheidsrituelen. Het komt allemaal langs tijdens de lezing. Kèk Liemt heeft een grote collectie bidprentjes met een Liempdse achtergrond en twee leden van onze vereniging werken er hard aan om deze digitaal toegankelijk te maken. Later hierover meer. De lezing staat vooral in het teken van de betekenis van het bidprentje en voor wie zich er nog meer in wil verdiepen in de Boxtelse bibliotheek (Huis 73) aan de Burgakker is een mooie paneeltentoonstelling te zien over de historie van het bidprentje. Tijdens openingstijden van de bieb (dagelijks (behalve op zondag) van 10:00 tot 17:00 uur gratis te bezoeken tot en met 17 april 2026. Titel van de tentoonstelling, samengesteld door Wilbert, is: 'Het laatste taboe - bidprentjes door de eeuwen heen'.
Lezing 's-Hertogenbosch, eiland in een onmetelijke zee' op donderdag 19 maart 2026
Bij Heemkunde Boxtel geeft Francien van den Heuvel een lezing over de wateroverlast, inundaties en overstromingen waar 's-Hertogenbosch sinds haar stichting mee te maken heeft. De (gratis) lezing is op 19 maart 2026 in zaal Rembrandt en begint om 20:00 uur. |
| |
|
De Klöskes of De Kleuskes
door Arnold van den Broek
'Kinderen Van der Velden van De Klöskes naar De Kleuskes' dat was de kleine boventitel van een artikel dat ik als toenmalig correspondent van het Brabants Dagblad in 1993 schreef in de rubriek 'Stille Getuigen.'
De kop luidde vervolgens met vetgedukte letters: 'Onvervalst Liempds dialect overwint uiteindelijk.'
Nu het erfgoed van de vijf Kinderen Van der Velden zo z'n langste tijd heeft gehad aan de Oude Dijk 19-21 en wij als Erfgoedvereniging druk doende zijn om het verhaal achter de vijf vrijgezellen in geschrift en zelfs in beeld vast te leggen -zie verderop het artikel van Ger van den Oetelaar- grijp ik terug op het krantenartikel dat ik ruim 30 jaar geleden schreef. Wat speelde toen? Hierbij de nagenoeg letterlijke tekst van toen in de krant.
LIEMPDE - Wie de naam Kinderen Van der Velden noemt, zal in Liempde meteen de reactie krijgen 'Oh, gè bedoelt De Kleuskes.' Inderdaad die bedoelen we. De vijf vrijgezellen, waarvan de laatsten tot begin jaren 80 het gedoentje aan de Oude Dijk 19 bewoonden. Geheel in stijl en op een wijze die meer negentiende dan twintigste eeuw was.
Als nakomelingen van stamvader Klaas (Kleus in de spreektaal) van der Velden gingen de vrijgezellen in Liempde al snel door het leven als 'De Kleuskes.' De schrijfwijze van De Kleuskes levert evenwel problemen op en is voer voor historici en Nederlandici geworden.
Beugelclub
De Liempdse beugelclub, gevestigd in de voormalige stal houdt het op De Klöskes, getuige het aankondigingsbordje op de staldeur. Kèk Liemt, gevestigd met een tentoonstellingsruimte boven de beugelbaar denkt er anders over. Trots wordt, in oud hollands schrift, op de voorgevel van de boerderij aangekondigd dat tentoonstellingen in dorpsmuseum De Kleuskes te bezichtigen is.
Ook de Liempdse gemeenteraad, boog zich over de naam van De Kleuskes. Feitelijk is het grote misverstand over de naamgeving in 1985 aan de raadstafel begonnen. Op 26 februari van dat jaar, ver voor de beugelclub werd opgericht en de museumruimte tot stand kwam, nam de raad namelijk een besluit. In het nieuwe plan Populierenlaan kreeg een straat, grenzend aan de voormalige woonplek van de kinderen Van der Velden, als eerbetoon aan de oudjes van weleer, de naam De Klöskes, dus met een umlaut op de o. Een straatnaambordje werd geplaatst en daarmee was ogenschijnlijk de kous af. Althans tot 1993, want toen vroeg de gemeente Liempde, in verband met 'naamgeving wegens ombouw Rijksweg' de stichting Kèk Liemt haar licht eens te laten schijnen over nieuwe straatnamen. De stichting op haar beurt greep die kans aan om het gemeentebestuur te berichten dat men verschillende schrijfwijzen constateerde voor De Kleuskes. De stichting ijverde voor een uniforme eenduidige schrijfwijze en zocht daarvoor een taalkundig verantwoorde onderbouwing.
Een woordje onvervalst Liempds dialect, waarbij enkele geboren en getogen 'bestuursleden op leeftijd' van de stichting Kèk Liemt, onafhankelijk van elkaar een tekst met daarin de naam De Kleuskes op casettebandjes inspraken, vormde de bron voor een tochtje naar de factulteit der letteren van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Tevens werd het bandje voor een 'second opinion' toegezonden aan twee Neerlandici uit de omgeving. Een zogeheten transscriptie -weergave van letters of tekens uit een bepaald stelsel in een ander stelsel omzetten in fonetisch schrift- gaf uitsluitsel: DE KLEUSKES is de enig juiste schrijfwijze.
Bij raadsbesluit van 26 oktober 1993 heeft de gemeenteraad de aanbeveling van Kèk Liemt overgenomen en worden de kinderen Van der Velden voor het nageslacht nu ook op papier officieel De Kleuskes genoemd.
Bedstee
De kinderen Van der Velden zelf zouden er in hun bedstee niet van wakker hebben gelegen. Zij bezigden het onvervalste Liempdse dialect. In dat kader is het dan ook juist dat de o umlaut plaats heeft moeten maken voor de 'eu'. Op 1 januari 1994 gaat de nieuwe schrijfwijze in en komt er een nieuw straatnaambordje De Kleuskes. Alle bewoners aan de De Klöskes worden van gemeentewege ingelicht. Mooi op tijd, want ook op De Kleuskes gingen in dat jaar de Kerst- en Nieuwjaarskaarten de deur uit en kon de straatnaamwijziging in één moeite meegenomen worden.
NASCHRIFT
Bovenstaande tekst is grotendeels een kopie van het originele artikel van destijds. De beugelclub heeft juist om de historie van de naamgeving er bewust voor gekozen om de eerder gehanteerde schrijfwijze te houden. Per 1 juli 2028 houdt evenwel het beugelgebeuren alsook de huidige expositieruimte De Kleuskes in dit voormalige pand van de Kinderen Van der Velden op te bestaan. Om de historie van de 5 vrijgezellen levendig te houden krijgen zij, in het nog te verschijnen boek met als voorlopige werktitel: 'Liempdse vrijgezellen families: unicum in de Meierij van 's-Hertogenbosch' een prominente plek. |
| |
|
Oproep: Boek Vrijgezelfamilies Liempde opnieuw van start
door Ger van den Oetelaar
In 2021 kwam Els Vissers met het idee om rondom Liempdse vrijgezelfamilies een publicatie te maken. Een eerste poging van Kèk Liemt mislukte omdat er te weinig subsidie werd opgehaald. Anno 2026 is dat wel gelukt. Vanuit het initiatief van 2021 is er al wel veel voorwerk gedaan door de auteurs Ger van den Oetelaar en Els Vissers, een aantal hoofdstukken zijn al in concept klaar. De leden van de ondersteunende leesgroep uit 2021 gaan we vragen ons wederom te helpen. We hopen dan in het voorjaar van 2027 het boek te kunnen presenteren.
De Kleuskes waren wellicht de meest bekende vrijgezelfamilie van Liempde, zij hebben veel invloed gehad en hun geschiedenis is nog steeds merkbaar. Het is van belang dat deze geschiedenis ook voor huidige en toekomstige Liempdenaren bewaard blijft en inzichtelijk wordt. Behalve De Kleuskes (familie Van der Velden) waren er nog meer vrijgezelfamilies. Liempde werd gekenmerkt door het veelvuldig (ruim dertig) voorkomen van deze samenwonende vrijgezellen namelijk: familie Dierking, Van Boeckel, Schoenmakers, Tinnebroek, Welvaarts, Van de Laar, Koppens, Van de Vleuten, Kelders, Van Dijk, Van Abeelen, Van Aarle, Van Boxtel, Van Lieshout, Van Abeelen, Van de(r) Velden, Smulders, Van de Sande, Van den Boer, Hollanders, Versantvoort en Van Mensvoort. Familie Van Boeckel was de familie met de meeste samenwonende vrijgezellen (zie illustratie).
De ene familie heeft meer van geschiedenis achtergelaten dan anderen. Zo zijn de families Van Lieshout en Schoenmakers meer bekend dan bijvoorbeeld de familie Koppens of Van Aarle. De bedoeling is om via onderzoek (o.a. interviews) de achtergronden van deze families te schetsen en wellicht te komen tot meer algemene Liempdse oorzaken waarom juist in Liempde dit fenomeen zoveel voorkwam. Daarbij wordt de meeste tijd en energie besteed aan De Kinderen van der Velden (De Kleuskes). Deze familie wordt dan gebruikt als referentie voor de andere Liempdse families. Voor de beschrijving en duiding starten we met de overgrootouders van De Kleuskes. Vanuit de beschrijving van De Kleuskes bepalen we welke van ruim 30 families we meenemen in de publicaties, liefst zo veel mogelijk. Het gaat er daarbij vooral om naast genealogische informatie ook aanvullende informatie (eigendommen, leefwijze, beroepen, bijzonderheden) boven water te krijgen. We kijken verder naar de economische ontwikkelingen in Liempde gedurende de periode dat deze mensen de huwbare leeftijd hadden. Ook onderzoeken we of dit fenomeen ook in de 19e eeuw en eerder in Liempde voorkwam. Als boekreferentie (grootte, vormgeving) wordt het Kèk-Liemt-boek 'Kasteren, een historische, dynamische buurtschap' gebruikt dat op 8 november 2025 gepubliceerd is. Kèk Liemt zoekt naar extra informatie over deze vrijgezellenfamilies. Het gaat daarbij over dagboeken, verhalen en/of foto's. Mocht u die bezitten dan horen wij graag van u. |
| |
|
Archeokout 54
Door Jaap van der Woude
Tijdens de CARE-putjesgraverij in 2021 was een der aardigste vondsten een stukje Karolingisch aardewerk dat zich tot de ontdekking door Symen verborgen had weten te houden op het terrein van de klompenmakerij. Een redelijke conclusie was dat Liempde in de Karolingische tijd bewoond moet zijn geweest. Zulks verwacht je eigenlijk minstens van alle tijden vanaf de ijzertijd, maar de evidentie is boterzacht, ontbreekt of weet zich nog goed te verstoppen. De Karolingen verstopten zich niet in de geschiedenis.
We hebben in vorige afleveringen al de ondergang van de Merovingische dynastie gezien, alsook de intermediaire macht van de hofmeiers zoals Pippijn II van Herstal en Karel Martel die zich de roem op de hals haalden van de bestrijding van de Friezen en Moren. Formeel stond er boven hen nog een Merovingische koning, maar die had slechts lege briefjes in te brengen. Zulks veranderde met Martels zoon Pippijn III de korte, die zich in 751 met pauselijke hulp tot koning der Franken liet kronen. Een staatsgreep ten koste van Childeric III. Het was uit met de langharigen, exit Merovingen en het begin der Karolingen dus. Dat Pippijn de hulp van de geestelijkheid daarvoor aanboorde was nog niet zo gek. De Germaanse adel zag door de machtsgreep de eigen macht tanen en Pippijn had de de geestelijkheid hard nodig ter overleving van adelijke tegenstand. De geestelijkheid profiteerde ook, want de verplichte kerstening van het volk en extra belastinginkomsten waren hun loon. Pippijn en de geestelijken vonden elkaar en zo ontstond een nieuwe verhouding tussen kerk en staat.
Samen met broertje Carloman werden er nog vele strijden gestreden in Aquitanië, Beieren en Alemannië. Vooral de bloedige moord door Carloman op alle Alemaanse adel in 746 bij Stuttgart valt daarbij op. De Alemaanse bestuurderen werden gedagvaard op een volksvergadering en naar Germaanse gewoonte kwam men daar ongewapend. De adel wel, de Franken niet en vele duizenden Alemanen werden in die hinderlaag gedood. Of dat iets te maken heeft met de plotselinge devotie van Carloman weet ik niet, maar een jaar later zat Carloman in een Italiaans klooster en had Pippijn alle macht alleen.
Van voortdurende aard was het verzet van de Saksen, soms geholpen door Friezen en Denen. Maar met wat moord, doodslag en ander wapengekletter wist Pippijn de korte toch Saksen aan het Frankische rijk toe te voegen, waarna hij tot koning werd gekroond. Als dank versloeg hij de Longobarden die Rome bedreigden. Bovendien steunde hij de kerkhervormingen van Bonifatius, die de kerkelijke macht meer naar Rome sluisde, tot ongenoegen van de Frankische adel. Pippijn moest echter wel naar de adel luisteren en Bonifatius werd weggepromoveerd naar Utrecht en uiteindelijk op een van zijn nietsontziende heidenvervolgingstochten door de Friezen vermoord. Ze pikten het niet dat hun heilige plaatsen werden geschonden. De Franken pikten dat weer niet en een strafexpeditie leverde de 'christenen' toch mooi weer vele heidense vrouwen en kinderen op; tja de schoorsteen moet roken.
In 768 na een veldtocht in Aquitanië werd Pippijn ziek en overleed, zijn rijk werd verdeeld onder zijn zoons Carloman II en Karel I. Carloman overleed na drie jaar en het Frankische rijk was de volgende 43 jaar louter in handen van Karel I de Grote. Ja, die man die zo liefdevol bezongen werd door France Gall in 'Sacré Charlemagne' en door André van Duin in 'Kareltje de Grote'. Hij wordt alom geëerd als vader van Europa, die ons tot een christelijk zelfbewust werelddeel heeft gevormd, die ons de kunsten en het onderwijs heeft gegeven en meer van die geschiedkundige en veelal misplaatste ophemelarijen. Hij werd zelfs heilig verklaard in 1165.
En ja, hij zal wel nuttige bijdragen aan de cultuur geleverd hebben, zoals de eis dat bestuurderen moesten kunnen lezen en schrijven. Dat moest vooral omdat allerlei volkeren zonder geschreven wetten hem van alles over gewoonterecht konden wijsmaken. Dat moest niet, dus alle wetten zoals de lex frisionum moesten op schrift gesteld worden ter controle. Ja hij heeft een groot rijk gekregen en een nog groter rijk gecreëerd. Maar vooral ten eigen bate, hij wilde een nieuw Romeins rijk waarvan hij de imperator augustus was. Dat is gelukt. Maar tegen welke prijs?
Geweld, moord, genocide en meer van die kleinigheden, waar alle psychopatische machthebbers een handje van hebben, was hem niet vreemd. Het lijkt een constante in de geschiedenis der mensheid. Wie macht wil zaait verderf en wie de macht heeft ook. We worden er dagelijks mee geconfronteerd met de huidige strubbelingen in Oekraïne, Gaza, Libanon, Iran, Soedan. Maar als ik op de vorige 53 afleveringen terugkijk is het bijna altijd raak geweest. Dan heb ik het nog niet over de veroveringen van Noord en Zuid-Amerika, over Napoleon, Hitler, Stalin, Pol Pot, Poetin, Netanyahu en Oom Donald. Gezien de waardering die de Romeinen, Clovis, Karel de Grote en zelfs Napoleon ten deel vallen, vraag ik me af wanneer die andere boeven salonfähig worden. We leren het immers nooit. Bent u ook zo benieuwd hoeveel aanhang het FVD krijgt? Brrrr. |
| |
|
Rooise adel De Girard de Mielet van Coehoorn in Liempde
Ger van den Oetelaar
De meeste Liempdenaren kennen wellicht de begraafplaats, enigszins verscholen achter rodondendrons nabij De Vrolijke Jager, voorheen De Schutskuil, in Oirschot, enkele tientallen meters van de voormalige Liempdse gemeentegrens. Dit is de begraafplaats van de adellijke familie De Girard de Mielet van Coehoorn die ook eigenaar was van Heerenbeek. Zie het boek uit 2015 'Velder en Heerenbeek. Oorsprong en Toekomst van twee Natuurparels in Het Groene Woud'.
Het was op Heerenbeek met name Menno Louis Victor de Girard de Mielet van Coehoorn (1822-1878) die hier zijn stempel gedrukt heeft. In Sint-Oedenrode kocht echter ook zijn broer Pieter Jacob de Girard de Mielet van Coehoorn (1822-1871) veel onroerend goed waaronder kasteel Henkenshage, waar hij ook woonde. Beide broers trouwden met de zeer rijke zussen Op Ten Noort. Beide broers liggen ook op de begraafplaats in Oirschot begraven. Via het onderzoek voor het Rooise boerderijenboek (dat eind 2026 wordt gepubliceerd) door de projectgroep van Stichting Kartuizerklooster van Sinte Sophia van Constantinopel, is duidelijk geworden dat Rooienaar Pieter Jacob de Girard de Mielet van Coehoorn ook bezit in Liempde had. Hij kocht en bouwde veel boerderijen in Sint-Oedenrode met in totaal 100 ha grond, maar hij kocht ook in Liempde. Pieter is afgebeeld op de ruim 150 jaar oude foto! Hij was eigenaar van ruim 5 ha Liempdse grond in De Scheeken dat later verkocht werd aan onder andere de Bossche burgemeester Kuijper. Ook Menno Louis Victor de Girard de Mielet van Coehoorn was Liempds grondeigenaar; hij kocht zijn eerste perceel op het aangrenzende De Hemel en later ook bossen in De Kuppenbunders, in totaal ruim 7 ha. |
| |
|
Kak
Door Jasper Mikkers
Kippenstront speelde in mijn kinderjaren een niet onbelangrijke, meestal problematische rol.
Dat begon bij het betreden van een kippenren, eigenlijk al daarvoor. Altijd slaagden er kippen in de hoogte van het gaas van de kippenren te halen en zich op verboden, enkel voor mensen en honden bestemd gebied te wagen. Eerst zaten ze enige tijd op dat gaas te wiebelen, achterdochtig het erf afspiedend. Uiteindelijk brachten zaden van bomen of struiken, een half verlamd vliegje of pure nieuwsgierigheid hen ertoe naar beneden te fladderen. Druk pikkend schoven ze elk besef van gevaar opzij en, ook dat nog, legden een typische kippenkak op het recent aangeharkte erf. Bij een kip spreken we van kak, niet van een drol. Wat een kip uitpoept is deels vast en deels vloeibaar. Urine en poep komen samen naar buiten omdat een vogel maar één uitgang heeft voor beide excrementen. Dus, als ik over het erf liep, slaagde altijd wel een kippenkak erin zich als een slak om de zool van mijn laars of klomp te krullen of als ik sandalen droeg, mijn sok binnen te dringen. Die kak droeg ik de boerderijkeuken en op zondag zelfs de goeikamer binnen. Dat werd niet op prijs gesteld.
Wanneer er eieren geraapt moesten worden, ging de weg naar de legnesten in het hok soms door de ren. Het was een slalomtocht tussen krabkuilen en kippenkak door. Meestal gaf ik het op voordat ik de deur van het hok bereikt had. Ik trapte gewoon overal in. Binnen in het hok was het probleem iets kleiner. Daar gaven de kippen voor het legen van hun darmen de voorkeur aan de vaste roestplekken. Die bestonden uit gaas dat op een halve meter hoogte over latten was gespannen. Onder dat gaas hoopten de uitwerpselen zich op. De laag kippenmest kon twintig tot dertig centimeter hoog worden. In die drogende laag ontwikkelde zich in de loop van de tijd een aparte wereld: allerlei insecten vonden er een thuis, ook muizen en ratten. De ratten groeven gangen uit onder de mest, maakten nesten, brachten jongen groot. Er ontstonden rattenkolonies.
Een liefhebberij van boerenjongens was slachtingen aan te richten onder de rattenbevolking. Met lange staken porden ze in de mest en de ratten die vluchtten, sloegen ze dood met een knuppel.
De veelkleurige kippenkak op het zand van een kippenren riep bij mij als kind de gedachte op aan een schilderspalet. Alsof er uit verschillende tubes tegelijk hoopjes verf waren gespoten. Verse kippenkak glanst prachtig, als olieverf, en bezit een grote kleurenrijkdom. Zou het kunnen dat kippenkak boeren in het verleden verlokt heeft het penseel te gaan hanteren, niet alleen de dorsvlegel? Niet alleen in vroeger eeuwen, ook in het recente verleden brachten boeren tijd door achter de schildersezel zoals Herman Kip (Boer Kip) uit Zutphen, Leon Adriaens uit Sint Michielsgestel en Janus Bressers uit Liempde. En de kip was niet zelden een inspiratiebron. 'Je moet een ei onder een hen vandaan kunnen vatten', schreef de Bossche kunstenaar Leon Adriaans eens over zijn drijfveren. Zou het fenomeen schildersgezel nog bestaan, dan zou dat vatten van een ei onder een kip vandaan de meesterproef zijn.
Kippen hebben iets met schilderkunst. Ze houden hun lijf bij het graven precies zoals schaatsers op schilderijen van Pieter Bruegel de Oude, die ook Boeren-Bruegel werd genoemd, naast ViezeBruegel en Peer den Drol. Maar even goed valt bij kippen meteen hun talent voor archeologie op. Ze zijn er volledig voor uitgerust: gladde poten die niet snel vies worden, lange tenen en puntige nagels. Als oudheidkundigen graven ze de aarde af, terrasvormig, zeven het zand, wisselen tokkend gegevens uit met collega’s. Soms klinkt in dat getok teleurstelling door of ergernis als het resultaat tegenvalt. Of ze bekogelen elkaar geërgerd krabbend met zand.
Maar hun talenten komen pas echt tot hun recht als kippen een boomgaard als ren krijgen. Ze zijn te plomp en zwaar om goed te kunnen vliegen. Toch lukt het sommigen de onderste takken van een appel- of perenboom te bereiken. Vandaaruit dirigeren en coördineren de slimsten de graafwerkzaamheden. Iedereen doet mee. Insecten en wormen die het graven in de weg zitten, worden meteen opgeruimd. Steentjes en andere ongerechtigheden ook. Hap slok weg. Er worden ideeën geopperd, afgewezen, omhelsd. Er is geen ander dier dat zoveel verwondering in zijn stem kan leggen. Zulke diepe vragen kan stellen. Er is geen dier dat zo harmonieus zware lichamelijke arbeid weet te paren aan standing en ijdeltuiterij. Als mij ooit in mijn leven de eer wordt aangedaan een erewacht te mogen inspecteren, dan moet die bestaan uit kippen en hanen.
Stel het je voor: een zomerse dag, de hitte getemperd door het groen van fruitbomen, op de grond en aan de takken het geel van rijpe peren, rood van sterappels, blauwig zwart van pruimen, het stemmige roodbruin van Rhode Island Reds, zwart van Ayam Tjemani’s en wit van Leghorns, het gedans van gekartelde, vuurrode, half hangende hanenkammen, de meesterlijke kakkleuren, en daar tussenin zitten, op een omgekeerde zinken emmer, kijken, luisteren, de nuances opvangen van het diepzinnige getok waar een enkel keer het zeurend gezoem van een verdwaalde hommel doorheen fietst, - meer is niet nodig. Dit is rustgevender en verzoenender dan de meest luxe sauna of de zetel van een Mercedes die op weg is naar de Costa Brava. |
| |
|
Proces-verbaal brand bij Hendrikus van den Boom
Door Jan van de Sande
Op zondag den vijfde januarij 1873 des morgens vernam ik ondergetekende burgemeester van Liempde bij toeval dat het huisje van Hendrikus van den Boom staande aan het Oijendonksebosch (nu de Keel), ongeveer een half uur gaans van de kom der gemeente en bewoond door genoemde van den Boom met zijn vrouw alleen, beide oude lieden (76 en 69 jaar) des morgens onder de eerste mis was afgebrand. Des middags mij met den veldwachter dezer gemeente erheen begeven hebbende, zag ik dat het gehele huisje met aangebouwd stalletje en schuurtje benevens den gehelen inboedel door de brand was vernield. Alleen het vee (eene koe en een eenjarig kalf) en de huisklok had men kunnen redden. Het geslacht varken dat in een tobbe was ingezouten had men door gieten met water van buiten door den wand zoodanig kunnen bewaren dat het weinig of niets geleden heeft. Ook het aanwezige geld ƒ 110,- is na den brand ongedeerd teruggevonden. Overigens is alles, uitgezonderd nog vijf kippen en een haan, eene prooi der vlammen geworden. De brand schijnt in het achterste gedeelte van het huisje in den stal of schuur ontstaan te zijn en moet reeds des morgens om circa half zeven of kwart voor zeven ure toen de vrouw zich naar de kerk begaf in werking zijn geweest daar de vrouw eens omgezien hebbende gemeend had eene lantaarn te hebben zien aankomen hetwelk vermoedelijk den brand binnenshuis is geweest door een gat in het riet in den wand gezien. De brand werd door de buurman Jacobus Verdonk, een paar honderd passen er vandaan wonende, ontdekt enige ogenblikken nadat zijn vrouw met de vrouw van van den Boom naar de kerk was gegaan. Hij liep er zo hard hij kon naartoe. De oude man was nog in huis doch hij had ook de brand ontdekt doordien er vuur door den zolder kwam gevallen. Toen Verdonk er aan kwam riep van den Boom om hulp en om een mes om het vee los te snijden. Verdonk stoot met geweld de deur die hem voorkwam nog gesloten te zijn open, nam een mes en wilde zich door het binnendeurtje naar de stal begeven, doch de vlammen sloegen hem tegen zodat hij terug moest. Gelukkig was de buitendeur van den stal zoo slecht dat zij onder het bezigen van enig geweld opensprong en daardoor werd het mogelijk het vee uit den stal te halen terwijl de kippen zich redden. Vervolgens poogde Verdonk met behulp van enige andere inmiddels toegesnelde menschen en ingezouten varken te behouden hetgeen gelukte. Overigens was er geen mogelijkheid meer om iets uit de huizing te krijgen dan de klok die bij het ontvluchten was meegenomen. Het huisje voor een twintig jaar nieuw doch geheel en van stro en van hout gebouwd was spoedig door het vuur verteerd, evenzoo den inboedel bestaande voornamelijk uit hooi, stro, enige landbouwgereedschappen en geringe meubelen. De oorzaak van de brand is niet bekend doch vermoedelijk door een vonk vuur in het stro of turf gevallen ontstaan. De schade kan gerekend worden voor het huis op ƒ 50,- en voor den inboedel ƒ 400,-. Totaal ƒ 450,-. Niets was tegen brand verzekerd.
En heb ik hiervan dit proces-verbaal opgemaakt op heden den zevende januarij 1873.
De Burgemeester van Liempde Getekend, J. v.d. Sande
Dit proces-verbaal is ter kennisname opgestuurd naar de officier van justitie van het gerechtshof en de gouverneur van Brabant te ’s-Hertogenbosch. Hendrikus van den Boom is gedoopt op 10 augustus 1796 en overleden op 19 december 1877 op 81 -jarige leeftijd. Zijn vrouw Helena van de Meerendonk is gedoopt op 12 mei 1803 en overleden op 74- jarige leeftijd overleden op 21 december 1877. Het huisje was van Hendrikus maar de grond waarop het stond was van Petrus van de Meerendonk, de broer van Helena.
Opmerking: Aan de hand van dit proces-verbaal kan men zich een voorstelling maken van hoe men achteraf in de Ooiendonk leefde en in wat voor ‘gammel’ huisje sommige mensen nog woonden. Maar al was men oud en woonde men achteraf, mensen in de winter toch over natte slijkwegen en karrensporen naar de kerk gingen. Deze mensen leefden zonder pensioen van een koe en een paar kippen en toch hadden ze ook nog een paar spaarcenten. |
| |
|
Tragische ongevallen
Bij het verwerken van bidprentjes komt veel informatie vrij. Opvallend is dat in de tweede helft van de twintigste eeuw zoveel mensen uit Liempde om het leven kwamen door een dodelijk ongeval. Bijna jaarlijks was er wel een slachtoffer te betreuren. Bij de oudere Liempdenaren zal 9 mei 1950 nog in het geheugen gegrift zijn. Een dag die feestelijk begon en dramatisch eindigden. In de avonduren werd door fanfare Concordia en het gemengd koor een muzikale hulde gebracht aan Cor de Laat. destijds woonachtig op Velder. Cor had als dienstplichtige in Nederlandse Indië gediend en was die dag thuis gekomen. Na de aubade vertrok het gezelschap richting Liempde. Op de Oude Rijksweg werd er van achteren ingereden op de stoet. Drie jongens van 19 jaar waren op slag dood, vier anderen raakten gewond. De overledenen waren Cornelis Saris, Christianus van Hastenberg en Theo van Hal. Op de R.K. Begraafplaats in Liempde liggen ze gezamenlijk in een graf begraven.
Minder in het geheugen gegrift maar niet minder dramatisch is he jaar 1970. In dat jaar kwamen bij ongelukken maar liefst vijf jonge mensen om het leven. Op 31 januari verongelukte Wilma van Alphen oud 18 jaar, op 1 juni Wim van der Meijden oud 20 jaar, op 15 augustus Ansje de Beer 12 jaar oud, op 27 augustus Paultje Beelen 7 jaar. Het rampjaar werd afgesloten door het verongelukken van Mascha Sanders nog maar 32 jaar oud.
Waarom er zoveel Liempdenaren waren betrokken bij noodlottige ongevallen is ons niet duidelijk. Waren ze niet gewend aan gemotoriseerd verkeer? Was er in Liempde nog geen of weinig verkeer? Wie voelt zich geroepen om hier eens een onderzoek aan te wijden?
Betty van der Schoot en Els Vissers |
| |
|